RETO Internetburo

W.Pronk Scheveningse vischhandel Soest

Publicatiedatum: 09-08-2006

We hebben het allemaal vroeger op school geleerd ,Willem Beukelszoon heeft iets met haring te maken. Hij wordt beschouwd als een van de uitvinders van het haringkaken. Bij haringkaken worden hart, kieuwen en de darmen verwijderd, waarna de vis in een houten ton met zout wordt bewaard. Op deze manier kon de vis vroeger langer bewaard worden en makkelijker vervoerd, zeker in een tijd dat er nog geen koel- en diepvrieskasten bestonden. Willen Beukelszoon deed zijn uitvinding rond 1380 te Biervliet en Zeeuws-Vlaanderen.

Ook Soest heeft een bijna legendarische inwoner gehad die we in verband brengen met haring. Oudere Soesders herkennen meteen Willem Pronk met zijn bakfiets ‘Scheveningsche Vischhandel‘, meestal op de vaste standplaats Gallenkampelsweg hoek Soesterbergsestraat.

Willem Pronk geboren op 2 maart 1896 in Scheveningen heeft daar ook zijn jeugd doorgebracht en moest na school al vroeg werken. In de eeste wereldoorlog (Nederland bleef daar gelukkig buiten maar het leger was wel paraat) diende Pronk bij de Grenadiers en Jagers. 

Hij trouwde ging in Loosduinen wonen en werd vader van een dochter. Willem werkte in die tijd als broodbezorger bij grootbakker Hus maar wilde wel wat meer zekerheid in het leven. Door een kennis liet hij zich in 1929 overhalen naar Soest te verhuizen, daar zou alles beter zijn. Hij kwam te werken in een kwekerij. In het adresboek van 1930 komen we de naam W.Pronk Birkstraat 12cc tegen als groentenhandelaar maar de jaren daarna staat hij in het adresboek vermeld als vischventer en weer later als vishandel.

De goede boterham in Soest bleek toch iets tegen te vallen. Willem Pronk had nog steeds contacten in Scheveningen en een zwager in de vishandel stuurde hem in die jaren een vaatje zoute haring met de boodschap ‘zie maar wat je er mee doet‘. Zo is Pronk begonnen met een transsportfiets langs de deuren met voorop een plankje met twee emmertjes, een voor de haring en een voor het afval vertelt zijn dochter mevrouw Smit. Hij bouwde een wijkje met vaste klanten op en dat liep meteen al goed. Haring moet je bij de klant hapklaar maken was het devies van vader. Snij de buik open hom en kuit eruit en de graat verwijderen. Haring moet na het schoonmaken meteen geconsumeerd worden en dat schoonmaken waar de klant bijstaat is het succes van de Scheveningsche Vishandel Willem Pronk geweest. Na dat ene vaatje uit Scheveningen volgde er nog velen. Ze werden per trein en bode bij vishandel Pronk aan de Birkstraat afgeleverd. 
Al spoedig hoefde Pronk ook niet meer langs de klanten maar de klanten kwamen bij hem aan de kar op zijn doorgaans vaste plek de hoek van de Gallenkamp Pelsweg. 
Pronk schafte zich een bakfiets aan waardoor hij zijn handel iets kon uitbreiden. Naast zoute haring verkocht hij ook zure bommen en zure haring, die legde hij zelf in. Verder bestond de sortering uit rolmopsen en gerookte bokking en makreel. De gerookte vis kwam van een handelaar uit Spakenburg.

In de jaren voor de oorlog stond Pronk op verzoek ook bij de officierskantine op vliegveld Soesterberg. Daar had hij speciale vergunning voor. In korte tijd werd daar zoveel haring omgezet dat zijn dochter op de fiets vader achterna moest om met haring schoonmaken te helpen. 

Ook aan huis werd haring verkocht. Voor de oorlog toen Kobus van Ee nog in café
de Rode Haan zat kwamen de klanten met een stuk in de kraag een paar harinkjes pakken om weer wat nuchter te worden en de dranklucht voor het thuisfront wat te verdoezelen.Willem Pronk zorgde voor kwaliteit en had voor de oorlog maar een echte concurrent. Quelle had een zaak in de Torenstraat en die verkocht ook vis. hij probeerde Pronk dapper klantjes af te snoepen. Het is hem niet gelukt.Na de oorlog was het Jantje Blokhuis die eerst in de FC Kuijperstraat een viswinkel had en later een viswinkel op het pleintje in Soest-Zuid begon.

De oorlog is een moeilijke periode voor de vishandel geweest. de visvangst lag nagenoeg stil. De schepen konden niet uitvaren, deNoordzee was gevaarlijk gebied geworden waarin veel mijnen dreven. Pronk kreeg geen haring meer aangevoerd. Hij is toen bij Masselink koekfabriek aan de Birkstraat gaan werken. Masselink en Pronk, gereformeerde jongens onder elkaar, hadden gemeen dat zij beiden een gloeiende hekel hadden aan de Moffen. Tegenoven Pronk aan de Birkstraat was een politiepost en daar woonde agent van Wijngaarden. Deze werd door de bezetter in de gaten gehouden. Van Wijngaarden was een goeie, hij waarschuwden vooraf als er een razzia dreigde. Men mocht geen radio bezittten, maar Pronk had er toch een. ‘s Avonds met een kleedje over het toestel stak Pronk de straat over om bij van Wijngaarden met meer buurtgenoten naar radio Oranje te luisteren. Op het einde van de oorlog kreeg Willem Pronk uit de buurt een opgeblazen varkensblaas op een stok, opgemaakt als de kop van Hitler met tekst. " Voor de hoofdman van de buren, willen we je de kop van Hitler sturen." Vermoedelijk zat Ries Rauwedaal de kapper achter deze grap. De kop werd in de tuin gepland en passerende Canadezen hebben hem op hun gevechtsauto meegenomen. Later hoorde de familie dat Hitlers kop uit Soest was gesignaleerd in Amsterdam.

Na deoorlog zagen we Pronk weer gelukkig met zijn haringkar op zijn vaste stekkie staan. Haring fileren waar de klant bijstaat en iedereen ervaarde de haring van Pronk weer als een ware traktatie. Tot 1963 heeft deze periode geduurd in dat jaar werd Pronk 65 jaar. In een kleine bescheiden advertentie bedankte Willem Pronk zijn geachte clientéle voor het jarenlange vertrouwen in hem gesteld. Zijn vrouw werd wat tobberig en kon niet meer voor de klanten thuis zorgen en Pronk behoorde tot de eerste mensen die van vadertje Willem Drees een AOW ontvingen, mooi meegenomen. Zo verdween de Scheveningsche Vischhandel uit Soest. Pronk is 93 jaar geworden, voor als u het nog niet wist, Vis is oergezond. 


Heeft u aanvullende informatie bij dit artikel, gelieve contact met ons op te nemen.