Soester Courant

Gebroeders Swager Bouwmaterialen Soest

Publicatiedatum: 05-04-2006

Vandaag in hervonden Soest de geschiedenis van de Gebroeders Swager Bouwmaterialen in Soest. Namens de familie opgeschreven door John Kraaijenbrink uit Canada.

Nan Swager kwam in 1880 als jonge vrijgezel van Noord-Holland, waar hij het klimaat slecht kon weerstaan, naar het Gooi, en vond werk in Soest als timmerman-aannemer. Hij was niet onbemiddeld en kocht vrij kort na zijn aankomst een groot perceel grond aan de van Weedestraat schuin tegenover de F.C.Kuyperstraat. Hierop verrees al spoedig een timmermans werkplaats met loodsen er achter en een huis voor aan de straatweg. Voor een goede vakman is er altijd werk te vinden. Het is bekend dat hij omstreeks 1905 het timmerwerk heeft gedaan aan de klokkenstoel, hoog in de toren van de Oude Kerk aan de Torenstraat. , die toen werd gerestaureerd.
Uit zijn huwelijk in 1889 met Herdrika Haks (geb.5-3-1864) waren twee zonen en wel Jan en Pieter die al vroeg voorbestemd werden om in het bouwbedrijf opgeleid te worden. Jan moest de metselaar worden en Pieter de timmerman.
Nan Swager overleed in 1929 en zijn weduwe, met haar twee zonen zetten de zaak voort onder de naam "Gebroeders Swager, bouwmaterialen".De twee broers ontpopte zich al jong als hard werkende uitgeslapen zakenlieden die zich vooral op de handel toelegden, Van timmeren en metselen is nooit veel gekomen.

Handel
In de jaren na de eerste wereldoorlog werd er in diverse plaatsen veel gebouwd en Soest en omgeving was een van die gebieden. Ook de handel in bouwmaterialen nam daar een grote vlucht. Werkplaatsen en opslagschuren breiden zich steeds meer uit op het terrein aan de van Weedestraat en er kwam al spoedig een tweede opslagterrein en verkooppunt bij aan de Torenstraat nabij de Veldweg. Hier werden vooral de materialen opgeslagen die met spoorwagons vol aankwamen op het station Soest.Ook daar werden opslagschuren gebouwd en paardenstallen. Bij de ingang van de Torenstraat stond een houten kantoorgebouwtje met een enorm zware brandkast. Niemand heeft ooit geprobeerd om dit wel anderhalvemeter hoge monster te stelen. Nadat er later ook een huis was gebouwd op de Noord-West hoek van het terrein (Torenstraat 22)waar Pieter ging wonen; raakte de brandkast buiten dagelijks gebruik. Zowel aan de Grote Melm als aan de kleine Melm stonden grote hoeveelheden stenen van allerlei soort opgeslagen die met schepen, via de Zuiderzee en over de Eem aangevoerd waren. Later, in het begin van de crisisjaren, hadden ze ook belangen weten te verwerven in een kalkzandsteen fabriek in het Gooi.Deze stenen werden veelal direct van de fabriek naar de bouwwerken vervoerd.In die tijd werden naast stenen en dakpannen ook veel grèsbuizen van allerlei maten en vormen verkocht die voor ondergrondse afvoer naar beer- en zinkputten werden gebruikt, verder was er een groot sortiment plavuizen en wandtegels en cement kalk en zoutzuur. Ook timmerhout werd verhandeld en grote partijen goedkope triplex dat van elzenhout was gemaakt. 

Gebroeders Swager en verhuisbedrijf Haks waren de eersten die in Soest voor vervoer overgingen van paarden naar auto‘s. Vrachtauto‘s met massieve rubbere banden en achterwielen aangedreven met kettingen. In de oorlog nog door de Duitsers weggesleept hoewel deze vrachtauto‘s al 25 jaar op non-actief in een loods stonden. 

Cement
Op de foto zien we een later model met vaste chauffeur Brons. Een zeer loyale harde werker die met zijn grote gezin in het witte huisje bij de spitsing midden op de Eng woonde, daar waar de Veldweg in de Soesterengweg overloopt. Een normale vent kan één zak cement van 50 kilo dragen, de oersterke Brons nam er onder iedere arm een en liep er lachend mee weg. Brons en Meerding waren later de overgebleven toegewijde werkkrachten die gedurende de crisisjaren en later tijdens de bezetting altijd op het bedrijf te vinden waren. Voor auto‘s was er een eigen benzinepomp voor huis en kantoor aan de van Weedestraat. De pomp stond dicht aan de weg en is in de oorlogtijd verdwenen.In een van de loodsen aan de Torenstraat waren twee ondiepe kelders. Ongebluste kalk kwam per spoorwagon aan op station Soest en werd overgeladen in zo‘n kelder waar het geblust werd door er al roerende water aan toe te voegen. Vies en vooral gevaarlijk werk waarbij veel stoom en bijtende gassen vrijkwamen. Gezichtmaskers waren er toen nog niet, hoogstens een stofbril en een rode zakdoek om neus en mond. 
Op de brij van gebluste kalk werd , nadat het wat opgedroogd was, een plank gelegd om op te kunnen lopen en de kalk eruit te steken met een bats. De kalk werd per emmer verkocht aan metselaars stucadoors en boeren als witkalk. Uit een van de kelders met kalk werd gedurende de bezetting niet verkocht. Na de oorlog bleek waarom. Eronder zaten honderden pakken draadnagels verstopt. Zij waren aan de controleurs ontsnapt en zouden anders door de bezetter zijn gevorderd voor de bouw van Duitse verdedigingswerken. 

Eén leverancier
Naast de handel in bouwmaterialen waren de gebroeders ook betrokken bij het bouwen van huizen Zij kochten bouwterreinen veelal in Soest-Zuid en Den Dolder waarop aannemers , zowel voor de Swagers als voor eigen rekening, huizen bouwden van het type"betere arbeiders woningen" en vaak meerdere onder een kap. Er was natuurlijk maar één leverancier voor alle bouwmaterialen. Voor de kopers waren vaak hypotheken beschikbaar gemaakt en er was zelfs een agenschap van "de Nederlanden" waar kopers en huurders veelal terecht kwamen voor al hun verzekeringen. 
De gebroeders waren vaak te vinden op veilingen van gebouwen, boerderijen en grond. Het bekende landhuis "Middelwijk" aan het Kerkpad was o.a. jaren lang in hun bezit en ook bouwterreinen aan de Soesterbergsestraat en het Vossenveld. Vele jaren later moest soms nog de avondmaaltijd onderbroken worden omdat er mensen aan de deur kwamen om hun huur of brandverzekering te betalen. 
De Gebroeders zijn beiden heel oud geworden. De oudste zoon van Jan, ook weer Jan geheten, kreeg uiteindelijk veel van de leiding van het bedrijf in handen. Er werd gemoderniseerd en er waren pogingen om er een "doe het zelf" winkel bij te maken maar er was veel verouderd. en de achterliggende bebouwingen rukten dreigend op. Het gehele terrein aan de Van Weedestraat is uiteindelijk opgenomen in "het plan achter Dammers" en verkaveld. Het huidige pand van Swager staat ongeveer op de plaats waar vroeger het kantoor en woonhuis stond. Ook de terreinen aan de Torenstraat zijn bijna twintig jaar geleden verkocht, waar nu Practicum is gevestigd. Waar de enorme brandkast is gebleven is niet bekend. 


Heeft u aanvullende informatie bij dit artikel, gelieve contact met ons op te nemen.