Soester Courant

Pastorie en Kosterswoning Oude Kerk Soest

Publicatiedatum: 13-07-2005

Vandaag in Hervonden Soest een foto van de Oude Kerk uit de tijd dat de dominee en de koster beide nog naast de kerk woonde.Op de foto kijken we tegen de toenmalige pastorie aan op de hoek Torenstraat Kerkstraat. Deze pastorie is gebouwd in 1920 op de plek waar voorheen de karakeristieke boerderij van Siem Ping heeft gestaan. Rechts op de foto (nu Emmamonument) zien we de remise van de N.V. Soester Paardentramweg. De paardentram liep langs de Rijksstraatweg van Soest naar Baarn. Op 18 mei 1924 reed de laatste tram. Het vervoer werd overgenomen door de autobusdienst Joh. Geerestein, die al sinds 1923 op Soestdijk en Amersfoort reed. 

Begin vorige eeuw was de situatie rond de kerk heel anders. Omstreeks 1900 heette de Torenstraat nog Doodweg. Doodwegen (Doedtwech) kwamen op veel plaatsen in het land voor. Deze wegen dateren uit de tijd van Karel de Grote ( 800 jaar na Chr.) die voorschreef dat lijkstoeten alleen langs vastgestelde wegen naar kerkhoven mochten gaan om het begraven of verbranden van lijken op de oude heidense begraafplaatsen tegen te gaan. Omstreeks 1900 heette de Torenstraat nog Doodweg. Officieel is de naam Torenstraat op 30 november 1911 bij raadsbesluit vastgesteld. Jarenlang tot ruim na de oorlog is het smalle stukje Torenstraat eenrichting gebleven. Al het verkeer vanaf Amersfoort liep via de Kerkstraat achter de kerk om.
Terug naar de nieuw gebouwde pastorie van 1920 waar in het geheel maar vier predikanten hebben gewoond.
De eerste bewoner was dominee Daniel Pieter Brans, hij was predikant van de Oude Kerk van 1893 tot 1926. De eerste 27 jaar in Soest bewoonde hij de pastorie aan de kerkstraat 15, het pand waar later van der Leck en daarna de in de oorlog afgezette oud minister president Jonkheer D.J.de Geer heeft gewoond. ( In 1940 door Koningin Wilhelmina aan de kant gezet )

Ds D.P.Brans vertrok in 1926 naar Oosterhout. 
De volgende dominee was Jan Isaac van Schaick. 1927 tot 1946. Hij kwam van Nieuwe Pekela en heeft tot 1946 in Soest gestaan tot hij te "links" werd bevonden en uiteindelijk vertrokken is naar Chaam. Zijn opvolger was Ds. Duco van Krugten, hij kwam van Almkerk (1947 tot 1958). De dominee die de grote restauratie van de Oude Kerk in 1958 heeft meegemaakt maar in datzelfde jaar ook wegens omstandigheden prive zijn ambt als dominee heeft neergelegd.
Zijn opvolger Ds. Huibert Roest deed zijn intrede in 1958 in woonde in de pastorie naast de kerk tot aan de sloop in 1968. Roest heeft nog een jaar in de nieuwe pastorie aan de Bartolottilaan gewoond. Hij werd beroepen te Avereest en heeft dit beroep toen aanvaard. 

Na de restauratie van de Oude kerk volgde al gauw gemeentelijke plannen voor een algehele restaurartie van de hele kerkebuurt. Deze plannen moeten gezien worden als een tegenhanger voor de hoogbouw op de Eng en in het Smidsveen en de wijk Klaarwater.De heer van Ee, oud bewoner van de kerkebuurt en eigenaar van verschillende oude pandjes was al gezig met zijn huizenbezit grondig te restaureren. Hij had de toemalige burgemeester van Soest baron J.S. Bentinck aan zijn zijde. Met het restaureren en conserveren van de Kerkebuurt , het Oude Soest, kwam gemeente met plannen om het zicht op de Oude kerk vrij te maken. In dat kader is aan de noordzijde de pastorie uit 1920 het eerste pand geweest dat in 1968 met de grond gelijk is gemaakt. Later volgde de sloop van panden aan de zuidzijde van de kerk. Allereerst in 1975 het pand van meubel- en textielzaak van Middelman. Kort na het 750 jarig bestaan van Soest in 1979 werd de sloop van de kosterswoning van koster Prinsenberg ter hand genomen. Veel later in 1992 moest de sportzaak annex schoenenhandel Nic van Dam er aan geloven. Van Dam wilde het gave huis waar hij woonde, de zaak was al verplaatst naar Soestdijk, niet verkopen. Uiteindelijk heeft de gemeente er 
f 500.000.=. voor moeten neertellen voor wat in gemeeentekringen ‘ de puist van wethouder Menne, werd genoemd. 
In die tijd toch wel een hoog bedrag en voor de gemeente een groot offer. Doen of niet doen , moest men ingaan op de vraagprijs? Jan Visser schreef er een column over. Hij vatte dit offer samen in zonde van het geld en "vijf ton voor grassprietjes". De koop en sloop zijn doorgegaan en het resultaat mag er zijn. Een pracht stukje Oud Soest is behouden gebleven en ligt er voor jaren groots en mooi bij. 


Heeft u aanvullende informatie bij dit artikel, gelieve contact met ons op te nemen.