RETO Internetburo

Bouw Emmakerk Soest 1930

Publicatiedatum: 09-02-2005

We hebben al eerder informatie voor onze rubriek gehad van de in Soest geboren heer John Kraaijenbrink uit Canada. Hij woonde indertijd aan de Regentesselaan toen nog Nieuwerhoekstraat geheten. In Soest was hij bekend als boomkweker en in Canada is hij eigenaar van een tuincentrum. Hij beloofde ons het verhaal van de bouw van de Emmakerk te sturen. Hier volgt dan het ooggetuige verslag van de bouw van de Emmakerk dat we bijna geheel hebben overgenomen.
Omstreeks 1930 is de Emmakerk gebouwd aan de Regentesselaan, op een stuk grond dat voordien deel uitmaakte van het landgoed Vredehof. De grond werd geschonken aan de Kerkvoogdij van de Ned. Hervormde Kerk van Soest door mevrouw de douanière Lothe van Doelen Grothe van Weede. Zelf woonde zij niet meer op het oude Vredehof, maar op "Klein Vredehof" , het witte huis op de hoek van de Regentesselaan en Vredehofstraat, wat later als pastorie van de Hervormde Kerk werd gebruikt. Zij liep altijd in zwarte kleding rond en tot op hoge leeftijd nog kaarsrecht op. 
Het oude huis Vredehof, wat stond op de plek waar het oude Grachtje onder de Vredehofstraat doorstroomt, het stond in die tijd leeg en raakte in verval. Wij jongens wisten hoe je er binnen kon komen en ik heb er vele malen in rond gekeken.
In het nabijgelegen tuinmanshuisje woonde van de Bosch, de oude tuinman , die nog een oogje in het zeil hield. Hij mocht daarom daar vrij wonen maar moest ook nog de tuin van "klein Vredehof" bijhouden. Om zijn andere kosten te bestrijden denk ik, onderhield hij enkele tuinen in Soestdijk en fungeerde bovendien als drager en aanspreker bij de Begravenis ondernemer. Veel vrije tijd had hij derhalve niet, was broodmager en was een angstjagende figuur in zijn aansprekerskledij althans door kinderogen bezien.
Mevrouw Grothe, zoals ze kortweg werd genoemd, wilde lopende naar de kerk kunnen. Ze had geen rijtuig tot haar beschikking werd er verteld en dus maar een kerk gebouwd in wat in feite haar achtertuin was. Ze kon nu over haar eigen grond lopend de kerk bereiken.
De aannemer van de bouw was Mengs Hornsveld die zijn kantoor en werkplaats had achter zijn huis aan de Regentesselaan 4. 
Nadat de funderingen waren uitgegraven en opgemetseld werden de buitenmuren opgetrokken tot de hoogte van de eerste verdieping en de balken van de vloeren gelegd en begon het meest spectaculaire gedeelte van de bouw.
De halve spanten die buiten bij de werkplaatsen waren gemaakt werden over de weg naar de fundering gebracht en de ondereinden van de spanten werden op de zware versterkte hoeken van de binnen draagmuren gelegd. Daarna werden de toppen van de twee tegenover liggende halve spanten aan elkaar bevestigd tot een volledige spant ontstond.
Midden in het gebouw stonden twee hoge hijspalen met aangespijkerde klimklosjes; bovenin hing een zware katrol. Er waren in die tijd nog geen bouwkranen of hoogwerkers. Alles wat naar boven moest op een bouwwerk werd op een ladder naar boven gedragen of omhoog gehesen.De lier was stevig verankerd aan palen in de grond en ook met een lijn aan de tamme kastanjebomen die daar toen nog stonden.
Op een windstille dag werd de eerste dubbele spant rechtop gehesen en bovenaan aan een van de palen vastgebonden. Nadien werd de top van de halve spant opgehesen en van de anderen op de juiste plaats vastgezet. Bovenin zwaaide het topgedeelte heen en weer. En toen kwam het stoute stukje waar nog jarenlang over gepraat zou worden
Van Breukelen (Hornsveld‘s hoofdtimmerman) klom met zijn hamer en een broekzak vol grote spijkers in een van de klosjes palen naar boven tot in het topje. Met moeite en geworstel wist hij de zwaaiende spant op zijn plaats te krijgen en vast te spijkeren. En dat hoog in de lucht en zonder veiligheidsgordel.
De andere halve spant ging iets makkelijker. Toen stond het basisframe op zijn poten.
Van Breukelen werd als held van de Emmakerk gezien en voor zover ik weet zijn er bij de verdere bouw en klimpartijen van de kerk ook geen ongelukken gebeurd.
Ennige tijd later was het geluk weer met van Hans van Breukelen. Het verhaal gaat dat hij tijdens een spelletje biljart in een Soester café iemand ontmoette die kennelijk direct geld nodig had. De vreemde gast bood de andere stamgasten een staatslot aan en van Breukelen nam dit van hem over. Laat hier nu bij de trekking de hoofdprijs, de honderdduizend opvallen, een bedrag wat toen eenzelfde koopkracht had als nu 10 millioen Euro‘s!
Toch bleef van Breukelen gewoon werken. Hij nam het bedrijf van zijn baas Mengs Hornsveld over en bracht het tot grote bloei. Na zijn overlijden nam zijn zoon Kobus de leiding in handen. Nog jarenlang kon men Mevrouw Grothe zondags door haar tuin zien lopen op weg naar de kerk. Zij had een speciale bank langs de zijmuur net naast de bank van de koninklijke familie. Hartelijk dank John Kraaijenbrink, aan de tekst te lezen zit jouw hart nog steeds voor een groot deel in Soest. 

Nagekomen commentaar: De heer Groeneveld zoon van dominee (Soest)en mevrouw Nies Schagen (Delft) meldde beide dat de foto met opschrift klein Vredehof onjuist is en dat dit gewoon Vredehof moet zijn of groot Vredehof
Klein Vredehof, vanouds de pastorie was gebouwd met klinkers en daarna gepleisterd. Het huis was moeilijk warm te krijgen en bijna altijd vochtig. Het huis ademde niet.Mevrouw Schagen meldde nog dat op het laatst in villa Vredehof mevrouw Post-Bresiot heeft gewoond.


Heeft u aanvullende informatie bij dit artikel, gelieve contact met ons op te nemen.