Soester Courant

Teus en Hennie Verweij

Publicatiedatum: 22-09-2004

Vandaag in Hervonden Soest een foto en verhalen van en over Teus Verweij, rustend garagehouder van garage "de Toren" aan de Neerweg in de Kerkebuurt. De verhalen komen uit "Wallenbabbel" een digitaal familiekrantje waarvan er 15 edities zijn verschenen onder redaktie van o.a.Johan. G. Smits en waar Teus af en toe verhalen uit Soest vertelt.
Teus Verweij is geboren op 27 november 1924 in een huis aan de Ferdinand Huycklaan 7. 
"Mijn vader was handelaar in hooi en stro. Nadat eerst mijn drie zusters Jannie, Rie en Riek geboren waren, was ik de eerste jongen. Mijn vader was Willem Verweij, mijn moeder Cornelia Spelt. 
Na verloop van tijd verhuisden we naar de Julianalaan. Mijn vader was handelaar in hooi en stro 
en deed divers vervoer met paard en wagen. Ik kan me nog herinneren wat hij zei als hij thuis kwam: En Cor, zijn er nog telegrammen of postwissels gekomen? Toen ik vijf jaar was, verhuisden we naar de Lange Brinkweg. Naar een oude boerderij. De inboedel werd met paard en wagen overgebracht. Moeder 
met mijn twee jongere broertjes Wim en Henk in de kinderwagen en ik er naast. Lopend via de Eng en Dalweg naar ons nieuwe huis. Onderaan de Dalweg kwamen we bij de hoofdweg. Dat was toen de enige weg van Amersfoort naar Amsterdam. Vergeleken bij de stille Julianalaan, was dit een hele belevenis. Al dat verkeer. Vooral de motorrijders en hun uitrusting maakten op mij net zo.n diepe indruk als jaren later de eerste maanlanding voor onze kinderen. 
In het nieuwe huis was het bitter koud (de barre winter van 1929), de achtergevel lag er gedeeltelijk uit. We hadden een heel grote woonkamer met daarin een grote Salamander kachel. Die moest roodgloeiend gestookt worden.Rondom de kachel was voor de veiligheid een looprek geplaatst. Het enige stukje speelgoed dat ik had, was een autootje met een opdraaiveer. Ik was toen al een beetje auto-gek, want door het voorasje te buigen, reed het autootje om het looprek precies weer naar me toe. 
Na enige tijd ging mijn vader over op vervoer met een auto. We verhuisden weer! Nu naar de Verlengde Kolonieweg. De inboedel ging nu dus per auto over. Aangekomen bij het nieuwe huis stonden er al diverse nieuwsgierige buurtgenootjes te kijken. Bij het uitladen kwam er een zonderlinge vrouw voorbij. Mijn nieuwe vriendjes drongen er op aan dat ik .Zwarte Hanna. zou roepen. Dat deed ik prompt. Het resultaat was dat Hanna bij mijn vader ging klagen en ik al snel de eerste (verdiende) klappen in de nieuwe buurt kreeg. Hanna bleek vlak bij ons in de straat te wonen. In het Seminarie, met nog drie aparte figuren: Mie Keu, Klaas 
Pampus en Hendrik Dropje. Het Seminarie was een groot huis voorbij het veld naast Eltheto. Van Zwarte Hanna werd gezegd dat als ze ooit gewassen zou worden, dat haar dood zou betekenen. 
In die tijd waren er in Soest nog veel onverharde wegen. Tijdens warme, droge zomers kwam de sproeiwagen. Een oude Eysink met massieve banden en kettingaandrijving. Dat was voor ons een feest; 
we bleven er achter lopen. De Soesterbergsestraat was toen nog een vrij smalle stenen weg. Ik herinner mij, 
dat ik met een paar vrienden achter op de laadbak van vaders vrachtwagen, mee mocht naar Soesterberg. Dan moest je ..t Hoogt. over, de heuvel waar Soesterberg zijn naam aan te danken heeft. Nou was terugschakelen niet vaders sterkste kant. Dat moest toen nog met tussengas. Het ging dus niet feilloos. Daardoor was de snelheid zo ver gezakt, dat we werden achtervolgd door een stel jongens uit de woonwagens, boven op .t Hoogt. Die knapen waren in het bos aan het houthakken met bijlen. Ze achtervolgden ons met de kreet: .We hakken jullie de kop af!. Met onze 7 of 8 jaar zaten we te bibberen 
als jonge hondjes. Wat waren we blij toen we heelhuids de Bult over waren. 
Ons vermaak in die tijd bestond uit hoepelen, knikkeren, tollen, stand, verstoppertje, enzovoort.
Er gebeurde soms wel eens iets leuks: Zo was er ook eens een rijkeluiszoontje, die een nieuwe fiets had met drie versnellingen. Dat was toen een zeldzaamheid. Hij kwam met een vaart van de Soester Eng afgereden en probeerde een overstekend kind te ontwijken. Zo knalde hij tegen een boom. Zijn voorwiel was zo krom dat het tegen de pedalen aan kwam. Dat jong huilen natuurlijk. Toen kwam er een nogal wijze buurjongen, die vroeg:.In welke versnelling had je hem?. Hij antwoorde: .In z.n drie!. .In z.n drie? Wil je dan gauw wegwezen! Het is toch onverantwoord om in zijn drie van De Eng af te komen sjezen!. Als een geslagen hond droop de jongen af, met zijn fiets onder de arm..
Vorige maand om precies te zijn 5 augustus was het een halve eeuw geleden dat Teus Verweij (gereformeerd) en zijn vrouw Hennie Beijer (van katholieke huize) in Soest nogal opzien baarde door in Zuid-Engeland te trouwen. Je kon daar een aanvraag indienen en na een kort verblijf van enkele dagen zonder toestemming van je ouders trouwen. Het was nog de tijd van "twee geloven op een kussen, daar slaapt de duvel tussen". Tijdens het korte verblijf in Engeland was het thuisfront van beide kanten inmiddels content met het huwelijk, maar Teus en Hennie zijn toch maar na al die voorbereidingen in Brigthon getrouwd. Dat kon daar omdat beide partners inmiddels al meerderjarig waren. Het had achteraf niet gehoeven zegt Teus. De duvel is in die vijftig jaar niet tussenbeide gekomen. Teus en Hennie waren voor elkaar geschapen en zijn na vijftig jaar nog steeds een hecht solide en gelukkig paar. Gefeliciteerd met jullie Gouden Huwelijk. 
Op de foto het gouden echtpaar op een doordeweekse dag in hun tuin Kerkstraat 54.
Daar wonen ze alweer 13 jaren.
Het gezin Verweij voor de boerderij aan de Lange Brinkweg 49 in Soest in 1930. V.l.n.r. Riek, Henk,moeder . Verweij-Spelt, Teus en Jan-
nie, vader Verweij met Wim en Rie. 
ingen wij met zijn vieren op de fiets van Soest naar 


Heeft u aanvullende informatie bij dit artikel, gelieve contact met ons op te nemen.