Soester Courant

Schaapherder Wilhelmus Overeem

Publicatiedatum: 11-08-2004

De omstandigheden waarin de bewoners van Soest vroeger leefde waren totaal anders dan nu in het jaar 2004. Rond 1904 telde Soest nog geen vierduizend inwoners en dat waren voornamelijk kleine boertjes en ambachtslieden. De Soesders waren ruim een eeuw geleden nog zeer door hun arbeid gebonden aan de grond waarop zij werkten en leefden met hun gezin. De zandgrond was arm en schraal en vereiste langdurige en harde arbeid en de oogst van die noeste arbeid was doorgaans te weinig om met een gezin van te eten. De Soesders waren net zo arm als hun grond wordt wel gezegd. Zo vernamen we dat er toentertijd in Soest nog een paar echte schaapherders waren die met hun kudden de heidegronden tot voorbij Soesterberg en Den Dolder afgraasden.

Een van die schaapherders was Wilhelmus Overeem, geboren in 1829 in Soest. De naam doet vermoeden dat de familie Overeem in de tijd van Napoleon deze naam heeft aangenomen omdat zij van over de Eem waren gekomen. Wilhelmus Overeem woonde in het boerderijtje dat we deze keer als foto plaatsen. Het heeft aan de zuidkant van Soest gestaan in de omgeving aan de plas waar de Plasweg naar is genoemd. Overeem was in Soest bekend onder de naam "Helmus uut de Plas".
Van Helmus weten verder niet zoveel meer maar wel dat hij kinderen had o.a. een zoon, ene Cornelis Overeem die een boederijtje moet hebben gehad op de Bunt. Zoon Cornelis ging er niet met de kudde op pad maar hij handelde meer in schapen. Hij had het ook niet breed, want, zo gaat het verhaal, naast wat kleinvee had hij voor eigen gebruik maar één koe. Die liet hij grazen op de verloren stukjes gras langs wat nu de Kolonieweg is. Hij kreeg dan ook al spoedig de bijnaam "Kees de Koe".
We spraken verder met een kleinzoon van Cornelis Overeem , Teunis Overeem, hij woont op Honsbergen en is zijn leven lang timmerman geweest. Eerst bij een baas en later meer dan dertig jaar als burger bij de militairen op Soesterberg. Teunis herinnert zich vaag dat zijn grootvader en ook zijn vader schapen brachten voor de schaapkooi bij villa Middelwijk. Verder weet hij als nog dat zijn vader de paarden verzorgden voor Amsterdamse kooplieden op doorreis in Soest op weg naar Zwolle of vaak nog verder naar het noorden. Zij deden met een volle kar met koopwaar Soest aan en bleven hier een nacht in een logement over. Vader gaf de paarden voer en stalden ze in de boerderij aan de Eikenlaan en hij zorgde dat ze de volgende dag vroeg weer waren ingespannen om de tocht voort te zetten. Handel in schapen raakte wat op de achtergrond , daarvoor in plaats kwamen handel in eikels als varkensvoer en beukennootjes voor olie. Teunis Overeem herinnert zich dat zijn vader bij verschillende buitenplaatsen in Soest de beukennootjes onder de bomen mocht opvegen. De familie moest helpen het loze en grove hout uit de nootjes te verwijderen en daarna werd er gewand. Men blies met lucht het laatste stof en vuil en loze nootjes weg en zo bleven alleen de volle nootjes over. Met een grote vrachtwagen kwamen ze deze vanuit Belgie ophalen om er olie uit te persen. Zo scharrelde vader zijn kostje bij elkaar.
Helaas veel verder met deze foto zijn we niet gekomen, misschien kunt u ons duidelijkheid verschaffen, daarom roepen wij uw hulp in. Kortom, we houden ons aanbevolen voor meer informatie over de schaapherders van Soest en in het bijzonder over schaapherder Overeem.


Heeft u aanvullende informatie bij dit artikel, gelieve contact met ons op te nemen.