Soester Courant

Benzine Vulstation De Birkl

Publicatiedatum: 10-06-2004

In het jaar 1908 waren in heel Nederland ongeveer 1500 mensen in het bezit van een auto, zo lezen we in de ANWB-atlas. In dat jaar hield de Rijkswaterstaat een eerste landelijke verkeerstelling. Tussen Amsterdam en Haarlem passeerden gemiddeld 12 auto‘s per dag. Het drukste waarnemingspunt bevond zich tussen Den Haag en Wassenaar waar op zondag (de topdag) gemiddeld 116 motorrijtuigen en 69 motorrijwielen voorbij kwamen en niet minder dan 2262 fietsers.
We weten niet hoeveel auto‘ s in die tijd de Rijksstraatweg door Soest passeerden - de hoofdweg door Soest had toen slechts één naam- maar zij zullen op de vingers van een hand te tellen zijn geweest. 

De allereerste autobezitters van Soest waren de heer P.A.van Hengstum en de heer Eijkensluijter die in villa " Noordereng" aan de Burgemeester Grothestraat woonde. Het besturen van de auto liet hij over aan zijn chauffeur de heer Verkerk, zo hoorde we van Henk Gerth.
Na de oorlog van 1914-1918 is het aantal auto‘s sterk toegenomen en verschenen er ,toen de oude tolbomen waren afgebroken ,op bijna dezelfde plekken al gauw de eerste punten waar benzine kon worden getankt. Op Soestdijk was dat bij garage Stam en aan de Amersfoortse kant van Soest plaatste Jonkheer C.H.van den Brandeler op de hoek Birkstraat Bartolottilaan een benzinepomp met een hutje voor een bediende. Van den Brandeler was eigenaar van de OBIM en kleine olie en benzine import maatschappij met een opslag en kantoortje naast de korenmolen aan de Kerkstraat. De pomp hoek Bartolottilaan kreeg de officiele naam Benzine Vulstation " de Birkt" , Soest. 
De heer Nico Kortekaas weet er nog alles van. Hij kwam als vier jarig jongetje van de Kostverlorenweg op Soestdijk waar hij is geboren, aan de Birkstraat te wonen, in het boerderijtje van het huidige Paardenkamp. Een stukje verder op Amersfoort aan op de hoek Bartolottilaan stond het boerderijtje van Driekus Hagen met daarbij de benzinepomp. Hagen huurde huis en het stukje land van Van den Brandeler. In het adresboek van 1930 staat Driekus Hagen ingeschreven als arbeider maar volgens Kortekaas zou je hem ook als kleine boer kunnen aanduiden. Hij had een koe misschien wel twee en een paar geiten , kippen en een hok varkens waaronder een paar stevige beren en hij handelde ook wat in meel. In 1933 moest hij met zijn gezin , bestaande uit zes meiden en twee zoons verhuizen naar de boerderij van Aart Hofslot aan de Kerkstraat. Driekus Hagen en later ook zijn zoon Arie stonden in Soest vooral bekend als de berenboeren. Zij gingen met een van de beren de boer op om zeugen te dekken. Alles verliep in die tijd nog via de eeuwenoude natuurlijke weg. 
Jonkheer Van den Brandeler liet in 1933 op het vrijgekomen stukje land een villa voor zijn schoonmoeder bouwen. Op de twee foto‘s is een en ander duidelijk te zien. Foto boven: benzinepomp met keetje en boerderijtje van Hagen met helemaal rechts een stukje van de boerderij van het huidige Paardenkamp, de foto is van voor 1933 en de foto onder: Villa Bartolottilaan 2 met daarvoor nog het benzine vulstation. Het huidige benzinepompstation Avia staat nu nog weer honderd meter verder richting Amersfoort.

Nagekomen commentaar: De heer W.F.Peelen wonende Bartolottilaan 1, belt en geeft aanvullingen.Villa achter benzinepomp is Bartolottilaan 2. Pomp is later overgedaan aan de heer Zwiers, hij woonde tegenover de pomp ook aan de Birkstraat. Het oversteken van de Birkstraat werd hem noodlottig. Hij werd aangereden door een auto en is aan de gevolgen overleden. Zij zoon volgde hem op. Later is de zoon eigenaar geworden van het benzinestation bij het Smitshof. Verder staat het keetje nog in de tuin van de huidige bewoner de heer van der Hucht. Het is juist van een nieuw rieten dakje voorzien.


Heeft u aanvullende informatie bij dit artikel, gelieve contact met ons op te nemen.