RETO Internetburo

Jonge Boeren- en Tuindersbond (deel 2)

Publicatiedatum: 04-06-2003

Deze keer in Hervonden Soest enkele reacties die we ontvingen op vorige afleveringen van deze rubriek. 
De heer Nico Kortekaas, zo hoorde we op ons antwoordapparaat, gaf enkele aanvullingen door op de foto van 14 mei j.l. van de Jonge Boeren - en Tuinders Bond Soest. Kenelijk hebben we nummers en boeren een plaatsje verschoven waardoor de juiste nummers niet bij de goede persoon staan. Over dat probleem ontvingen we ook een mailtje van Ton Hartman. We plaatsen de foto van de jonge boeren nog eenmaal en dan nu met de goede namen bij de juiste personen. 
Ton Hartman reargeerde verder op de foto’s van 16 april en 1 mei van Gies in het gat aan de Ringweg. We laten zijn opmerkingen hieronder volgen: 
In deze rubriek van de Soester Courant van 1 mei 2003 stond als lezersvraag wat de werkelijke achternaam was van Gies in `t gat. Op de foto van het eerste lustrumfeest van de jonge boerenbond van 14 mei staan 25 jonge boeren uit 1934 staan afgebeeld. Bij het achterhalen van de namen van deze mensen werden ook twee of drie zonen van Gies van Aal genoemd en deze heette dus Hilhorst van hun achternaam, dus mij dunkt dat Gies in `t gat dezelfde is als Gies Hilhorst Azn. Zoals op die foto te zien was er niet echt sprake van een boerenbedrijf waar een of meer zonen werk aan hadden en dus waren deze zonen toentertijd agrarisch medewerker wat toen gewoon boerenknecht heette. In de krant van 16 april 2003 stond hetzelfde huis ook al afgebeeld samen met een foto van een man en vrouw. In het begeleidende verhaal bakt de schrijver de broodjes wel erg bruin; hij schrijft over schrale veengrond. De strook grond tussen de Neng en `t Veen was op de kadastrale kaart van 1810 nog gemeenschappelijk heideveld, op de kadastrale kaart van 1832 wordt de "Nieuwe weg" al genoemd. Deze loopt dan al vanaf de Bunt tot een weg die nu de Koninginnenlaan heet en het laatste stuk het tracé van de Nieuwstraat volgt. Hoewel deze tekeningen al rond 1832 gemaakt zijn is het goed mogelijk dat deze naam later toegevoegd is, in die tijd zal het niet meer geweest zijn dan een karrenspoor en dat werd niet door het veen aangelegd maar eromheen. Veengrond is organisch materiaal dus voedingstoffen rijk, dat boeren daar een armoedig bestaan lijden komt dan ook door ontvening, slechte ontwatering en de kleinschaligheid van de bedrijfjes. De vraag was toen of dit de bewoners van het huis waren en wie het dus waren of zijn. We hebben nog geen namen maar de oplettende lezer zal gezien hebben dat de twee mensen poseren voor een gemetselde muur terwijl het huis gepleisterd is. Ook is te zien dat ze de fotograaf niet verwacht hadden; ze hebben zich niet opgedoft. Misschien kan iemand aan de jurk zien of de foto in de jaren 30, 40 of 50 gemaakt is. Ze had nog schieluk hur schulk af edaon; (ze had nog gauw haar schort afgedaan) en hie had een stuk in zun broek. De broek met het verstelwerk zou nu door sommige jongeren fel begeerd worden. Verder hadden ze beiden tripklompen aan die misschien wel bij van de Kant de klompenmaker in de voormalige molen "de Vlijt"gemaakt zijn. We plaatsen de foto nog eenmaal. We zijn nu toch wel nieuwsgierig of iemand weet wie dit boeren echtpaar zou kunnen zijn. Laat u even weten tel.6012158 . 

Verder een brief van Anton Roest:
Hierbij een paar aanvullingen op het verhaal van Gies in het gat. Wat Henk Gerth beweerd dat er wat bomen in de oorlogsjaren aan de Beukenlaan stiekum zijn omgezaagd daar klopt niks van. Wij liepen als schoolkinderen al voor de oorlog van het Oude Grachtje naar de Mariaschool aan de Nieuwstraat. De bomen kan ik mij nog goed herinneren. De bomen die langs de Beukenlaan stonden kun je nog op de foto zien en op de Beetzlaan stonden een dubbele rij bomen ongeveer van dezelfde grootte. Op de Beetzlaan was middenin een stukje asfaltweg en aan de kanten van de weg een brede strook zand. Wij zochten aan de zandkanten meikevers die in de grond zaten. De meikevers kon je vinden door te zoeken naar hele kleine gaatjes en als we die vonden peuterden wij de meikevers die onder het maaiveld zaten eruit en stopten ze in een glazen potje met een deksel met gaatjes en wat beukenblaadjes in het potje.Als schooljongen sta je er niet bij stil waarom die meikevers in de grond zaten. Nu denk ik dat het Engerlingen waren, die drie jaar onder de grond leefden en zich daarna in het voorjaar ontpopten tot meikevers.Om op de bomen terug te komen. Die hebben wij toen we naar school gingen een voor een tegen de grond zien gaan en dat waren er zeker meer dan honderd, misschien wel tweeehonderd. Zoveel van die grote bomen kun je onmogelijk stiekum en wel midden op de dag rooien. Bovendien waren ze eigendom van de Gemeente Soest. In die tijd zijn ook de bomen van de Lazerusberg gerooid en die waren nog groter. Om de hoenderparken aan de Ringweg en de Wijnand Toplaan stonden voor beschutting brede houten wallen waarop ook honderden bomen. Die zijn allemaal in de oorlog omgezaagd. In die tijd waren kolen schaars en de kachel moest worden gestookt. De mensen van nu kunnen dit niet meer voorstellen. De mensen van die tijd hadden hun hele leven bomen gezaagd en ook weer aangeplant voor hun nageslacht en hun ouders hadden dat ook al jaren gedaan. Daarom het spreekwoor: Boompje groot, potertjedood. Verder heeft kort na de oorlog Kees Hilhorst , marktkoopman in het huis in het bekende huis in het gat gewoond.
Na deze twee reacties houden het erop dat de achternaam van Gies in het gat die van Hilhorst is.


Heeft u aanvullende informatie bij dit artikel, gelieve contact met ons op te nemen.