Soester Courant

Twee kerkjes op één plek

Publicatiedatum: 11-11-2009

Vandaag in Verdwenen Hervonden Soest citeren wij nog eenmaal uit het openhartig geschreven boekje 75 jaar Chr. Ger.Kerk. Soest 1923-1998. Van Trouw en Genade. Het wel en wee van een kleine kerkgemeenschap aan de Julianalaan te Soestdijk. In november 2003 schreven we al over de stukgevroren waterleiding van het kerkje in de strenge winter van 1929 die de kerkgemeenschap meer kostte dan de gehele jaaropbrengst van al haar leden. We kregen toen een reactie van mevrouw Nies Schagen dat er nog een interessante periode in het boekje staat die zeker het vermelde waard is. 

Het betreft de periode na de oorlog, het samen optrekken met de Hervormde Kerk (op Geref.Grondslag) Twee protestante kerken die nauwelijks van elkaar verschillen.
Het zit in die jaren de gemeente van het kleine kerkje aan de Julianalaan niet mee. 
“In 1953 wordt aan de kerkenraad gemeld, dat het orgel versleten is. Men besluit het te verkopen. De scriba zal een advertentie in Om Sions Wil zetten. Er wordt een orgelfonds gevormd. Namens dit fonds komt in 1955 iemand ter kerkenraadvergadering om te vragen of de kerkenraad ook iets wil afdragen aan het orgelfonds, omdat "het orgel misschien eerder versleten is, vanwege het medegebruik door de Hervormde Evangelisatie". De kerk werd vanaf 1953 verhuurd aan de Vereniging voor Evangelisatie in de Hervormde Kerk (op Geref. Grondslag; de voorloper van de Ichtuskerk). In dat jaar wordt ook de organist ontslagen, omdat hij de dienst niet waarneemt en niet op de kerkenraadsvergadering verschijnt. Kennelijk blijft het versleten orgel nog steeds in gebruik, want in 1957 lezen we over het kerkorgel, dat het vol met houtworm zit, en dat het te licht is. Een nieuw orgel (harmonium) kost f 2.695,=. Het oude zou f 1.425,-- opbrengen, zodat er f 1.270,-- te betalen blijft. Uiteindelijk zou de koop niet doorgaan. De penningmeester meldt in 1954 dat het met de vaste bijdragen treurig is gesteld. Deze zijn in dat jaar met de helft teruggelopen.
Gelukkig wordt het kerkgebouw verhuurd aan de Hervormde Gemeente (op Geref Grondslag). De jaarhuur bedraagt f 1.560,--. Dank zij deze inkomsten houdt men het hoofd boven water. Een klacht van de diakenen is nog het vermelden waard: in 1950, 5 jaar na de oorlog, wordt er nog steeds ‘oud geld‘ in de collecte gevonden en daar heeft niemand wat aan.

Oplossing
In december 1958 wordt besloten om samen met de Gereformeerde Bond diensten te houden op oudejaarsavond en nieuwjaarsmorgen. Dit gebeuren haalt zelfs de landelijke kerkelijke pers. "Dat samenwonen in een kerkgebouw moeilijkheden meebrengt is bekend. Vooral op bijzondere dagen. In Soestdijk vond men een oplossing. Op Oudejaarsavond zal Ds. P.de Smit voorgaan, terwijl de afd. van de Geref. Bond dan geen afzonderlijke dienst houdt; op de Nieuwjaarsdag zal Prof.Dr.Severijn voorgaan in de dienst van de Geref. Bond terwijl er dan geen afzonderlijke Chr.Ger.dienst zal zijn".In 1960 worden weer gecombineerde diensten gehouden, maar nu op Goede Vrijdag en tweede Paasdag.
Mevrouw Nies Schagen kerklid van de Chr Geref.Kerk wijst ons op de volgende passage.
In 1963 ontstaan er moeilijkheden met de Gereformeerde Bond. Burgemeester en wethouders van de gemeente Soest schrijven een brief aan de kerkeraad, waarin zij meedelen, dat de Hervormde gemeente (opGG) van plan is een nieuwe kerk te gaan bouwen en wel op de hoek van de Prins Bernhardlaan en de Soesterengweg. Dus schuin tegenover onze kerk. De vraag van het gemeentebestuur is of onze kerk daar bezwaar tegen heeft. Wel, daar moet de kerkeraad eens goed over nadenken. De kerkeraad komt tot het volgende standpunt:
"Na rijp beraad wordt met algemene stemmen besloten een bezwaarschrift in te dienen om de volgende redenen:
-dat we last kunnen hebben van elkaars orgel;
-en in de zomermaanden, met open deuren, tevens van gezang;
-uit het verkeer en voornamelijk de parkeerplaatsen kunnen moeilijkheden voortvloeien;
-tevens, als er een klok aangebracht zou worden, van het geluid van deze klok".

Tekeer gegaan
De Geref. Bond vraagt om het bezwaarschrift in te trekken. Er wordt echter met algemene stemmen besloten dit te handhaven. In de kerkeraadsvergadering van 7 juni 1963 deelt de voorzitter (ds. de Smit) mee, dat de kerkeraadsleden van de Geref.Bond bij hem zijn geweest en "hoe kwalijk zij het ons 
nemen, dat wij ons bezwaarschrift handhaven. Ds.Fokkema (de Herv. predikant) is heel tekeer gegaan tegen hem."
De kerkeraad besluit echter opnieuw, dat het bezwaarschrift gehandhaafd blijft.
En het heeft geholpen, want de bouw gaat niet door op die plaats.”
De Ichtuskerk is uiteindelijk gebouwd op een kavel aan de andere zijde van het open veld, hoek 
Talmalaan/Albert Cuyplaan. In maart 1964 werd door dominee Fokkema de eerste steen gelegd. Twee nagenoeg gelijke protestantse kerken waren een kleine periode elkaar dicht genaderd.


Heeft u aanvullende informatie bij dit artikel, gelieve contact met ons op te nemen.