RETO Internetburo

Bessel Bakker, een leven in het Veen

Publicatiedatum: 10-06-2009

Vandaag in Verdwenen Soest een foto van Bessel Bakker. Hij woonde aan de Wieksloterweg OZ nr 1. Zijn huis stond een stukje van de weg en op het akkertje voor zijn huis slaat Bessel Bakker de hand aan de ploeg. In het adresboek van 1924 staat Bessel als arbeider genoteerd, hij werkte in het bos bij Insinger.Het huis en het stuk land, de hele bedoening waar Bakker woonde behoorde tot het Soester Veen. Toen Bakker er kwam wonen in het begin van de vorige eeuw was dit stuk veen al als turf afgegraven en Bakker probeerde op overgebleven drassige laag aarde naast het loon van de arbeid een beetje bij te verdienen. Hij hielt er een paar koetjes en varkens op na en verder moest de aanvulling op het loon van de akker komen. 
Uit de lange geschiedenis van het Soester Veen lezen we dat het het veen voornamelijk uit rietveen en zeggeveen bestond en deze soorten in feite als grondstof ongeschikt waren voor vervaardiging van turf, omdat er bij het branden te veel as overbeef. Toch heeft men,door de heersende armoede, dit soort veen op vele plaatsen uitgegraven voor het winnen van brandstof. Waarschijnlijk heeft men in het midden van de 14de eeuw een begin gemaakt met het afgraven van het veen in Soest.In 1398 gaf de bisschop van Utrecht, Frederik van Blankenheym, vergunning om een waterweg te graven naar de Eem om de turf uit het Soesterveen af te voeren voornamelijk naar Utrecht. De bisschoppen van Utrecht zouden te allen tijde het recht hebben vrijelijk over turf voor eigen gebruik te beschikken. 
Tot aan het begin van de vorige eeuw is er in Soest turf gewonnen. De laatste Soester turfgravers waren Rijk van de Heuvel en Tieme Dasselaar, die hun hele leven in het Soesterveen doorbrachten. Met afgraven en uitbaggeren verdween het veen en de grond onder de veenlaag werd herschapen in weiland en akkers.

Hard werken
Turfmaken was een beroep van hard werken en weinig verdienen. Het baggeren van turf vereiste spierkracht. Men trok de bagger met de “boezemschup”,uit het veengat en gooide die over in een grote vierkante houten bak. De dikke papperige massa werd nog bewerkt met de “overhaal”, een plank met een lange steel die de brij gelijkmatig verdeelde. Na enkele dagen begonnen de turfgravers met het trappen. Met plankjes onder de klompen liepen zij over de turfmassa totdat de brij tot een harde koek was getrapt. Daarna werd de turfmassa met de “klauw” een soort hark verdeeld. Vervolgens werden de turfen op maat gestoken en op kleine hoopjes “keutjes” gezet. Daarna kwamen ze op langwerpige hopen , aan de richel te staan en vervolgens werden de turven aan grote hopen,”steupels” gezet, luchtig opgebouwd, zodat zon en wind de turven konden drogen. Na een korte opbloei tijdens de eerste wereldoorlog (1914-1918)toen bij gebrek aan kolen de turf als brandstof zeer gewild was, ging het spoedig bergafwaarts en was het al gauw gedaan met de turfwinning in het Soesterveen gedaan.
Wat overgebleven is in onze herinnering aan het oorspronkelijke Soesterveen is een reeks namen, zoals Enghendaal, Koudhoorn en de Kooi die aan de rand van het veengebied lagen. De Ringweg is verdwenen en helemaal opgegaan in nieuwbouw, maar Veenzoom, de Kostverlorenweg, de Dorresteinweg, het 1ste en 2de Weteringpad, het Veenpad en het Vaanderhoogt zijn wegen en weggetjes die herinneren aan de afgraving en ontginning van het Soesterveen. 
Een typische naam ging verloren in de jaren dertig. Het toenmalige gemeentebestuur meende op aandrang van een aantal bewoners de Veenhuizerstraat te moeten veranderen in Koninginnelaan, vanwege de associaties met de bekende kolonie voor bedelaars en landlopers Veenhuizen in Drente. 

Rust en frisse lucht
Bessel Bakker trouwde met Aaltje Dasselaar een meisje uit het veen. Zij kregen vijf kinderen, drie jongens en twee meisjes. Opa Bessel was een rustig mannetje vertelde kleinzoon Jan Bakker. Zijn vrouw Aaltje ging over de financiën. Zij werd al jong ziek, tuberculose. Met rust en frisse lucht en veel eten was er in die tijd een kans van deze ziekte te genezen. Kans op besmetting was groot daarom moest in een gezin de zieke ,zoveel mogelijk gescheiden van de andere gezinsleden ,leven.Patienten konden worden opgenomen in sanatoria zoals Zonnegloren maar meestal was daar het geld niet voor. De wat armere mensen konden een tbc-huisje huren of kopen. Bij Bakker op het erf stond zo’n huisje. Men geloofde dat de zon een genezende werking had. Daarom had het huis veel glas en kon het, doordat het op een metalen kruis stond, met de zon meedraaien. 
Ondanks de goede verzorging is zij toch vrij jong overleden. 
Leven in het Veen. Bessel Bakker 1877-1962 een rustig en goeiig mannetje heeft het allemaal meegemaakt. Het einde van het turf afgraven. 
Het zware werk in de bossen. Het ploegen van de akker en poten van aardappelen voor eigen gebruik. Het sobere leven in het Veen.
Veel boerderijtjes in het Soesterveen zijn al lang verdwenen maar het huisje van Bessel Bakker staat er nog. Het ligt een beetje verloren tussen de knotsen van huizen die de laatste jaren zijn gebouwd aan de Wieksloot de rand van het Soester Veen.

Nagekomen commentaar: Met veel plezier lezen we de rubriek "Verdwenen Soest hervonden" .
Dit keer was de verrassing groot omdat Bessel Bakker onderwerp van het verhaal was.
De ziekte van de vrouw van Bessel Bakker was de reden dat mijn moeder Beertje van de Kamp begin 1939 uit Nijkerk naar Soest kwam.
Er was haar gevraagd of ze de vrouw van Bessel wilde komen verzorgen. Er moet een familierelatie zijn, die mij echter niet duidelijk is.
En omdat mijn moeder zelf een broer en zus aan t.b.c. had verloren, was zij niet bang om besmet te raken.
Zo kwam ze bij Bessel Bakker en na het overlijden van zijn vrouw nam zij de zorg voor het huishouden verder op zich.
Daar bleef ze tot ze eind 1943 trouwde met mijn vader, Pieter Schagen, schoenmaker aan de Koninginnelaan.

De foto is gemaakt op of rond 26 juli 1941 door de heer E.H.C. van Druten uit Den Haag, een neef van mijn moeder, die met zijn gezin een paar maal per jaar naar zijn nicht aan de Wieksloot in Soest kwam. 
Dochter Frieda die hier met Bessel Bakker op de foto staat, was zeer verrast zichzelf in de Soester Courant terug te zien.

Met vriendelijke groet,

G.N. Koudijs-Schagen

Een reactie van Teunis Wim Bakker uit Oudekerk aan de Amstel,zoon van Lubbert Bakker, kleinzoon van Bessel Bakker.
1.huisnummer moet nr 5 zijn;
2. Tieme Dasselaar heette van Dasselaar;
3.Bessel Bakker was in dienst bij Jan Krol houthandel;
4.Neeltje van Dasselaar kwam van Hoogland.;
5.Zij kregen 7 kinderen, 5 zonen en 2 dochters. twee jongens zijn heel jong overleden.; 
6.Oma overleed 26 december 1939 op 65 jarige leeftijd. Voor die tijd was dit oud.
7.Wat slordigheden vandaar deze reactie.
Hartelijk dank Teunis Wim.


Heeft u aanvullende informatie bij dit artikel, gelieve contact met ons op te nemen.