RETO Internetburo

Soest en de mobilisatie van 1939

Publicatiedatum: 29-04-2009

Vandaag een foto uit de mobilisatietijd van 1939. In Nederland werd drie keer een mobilisatie afgekondigd. In 1870, in 1914 en ook op 28 augustus 1938. De laatste maal door het Kabinet-De Geer II vanwege de toegenomen internationale spanningen. In 1870 was de mobilisatie gedeeltelijk, in 1914 en 1939 ging het om een algehele mobilisatie. Vijftien lichtingen dienstplichtige soldaten van 1924 tot 1938 werden opgeroepen en zochten hun weg naar het inkwartieringsadres,
Binnen de gemeentegrenzen van Soest werden 5000 militairen gelegerd die moesten allen worden gehuisvest en van eten voorzien. Onderofficieren en officieren werden ingekwartierd in huizen. Infantriesoldaten werden ondergebracht in scholen of andere grote openbare ruimten. Cavalerie werd zoveel mogelijk in boerderijen geplaatst, voor ruiter en paard de beste plek.
Het leger moet in paraatheid worden gebracht en het mag de soldaat aan niets ontbreken.Op de foto staan de militairen nogal heldhaftig in gelid op de stoep van de Van der Huchtschool op de Molenstraat. In werkelijkheid zag men de hele opkomst niet zo zwaar in. De voormobilisatie zou niet lang duren, de regering deed immers haar best ook deze keer ondanks oplopende spannigen buiten een oorlog te blijven. 
We hebben de foto’s van Corrie Maat. Zij woonde aan de Ringweg en was leerling van de Van der Huchtschool. Bij de aanvang van de mobilisatie werden de meeste scholen van Soest in beslag genomen voor de militairen. Zo goed en zo kwaad als het ging bleven een drietal scholen ter beschikking waar bij toebeurt ’s morgens en ’s middags les werd gegeven. Toch probeerden elke school voor zichzelf een betere oplossing te vinden en dat lukte soms. De Mariaschool aan de Beetzlaan kon als huisvesting voor militairen worden geruild voor de naast gelegen kleuterschool, waarmee er ruimte vrijkwam voor de school zelf en voor de openbare school aan de Beetzlaan. De Chr. U.L.O.-school kon een villa huren die de leerlingen redelijk huisvesting bood en de Van der Huchtschool werd ruimte geboden op het Kasteeltje op de Eng die zowel de lagere school en de Fröbelschool kon herbergen. Er werden ontvangscomite’s opgericht. In alle kerken werd vanaf de kansel een oproep gedaan om soldaten eens te vragen voor een kopje koffie en wat huiselijke gezelligheid.

Kantine
Voor de manschappen gelegerd in de Van der Huchtschool werd een cantine geopend. Bij deze opening waren alle in de school gelegerde manschappen tegenwoordig. De afdelingscommandant J.J.Nijnatten, de batterij-commandant Mr. v.d.Kroon, de aalmoezenier Majoor Drijfhout en vele officieren en onder-officieren. Kapitein Nijnatten heette de aanwezigen welkom. Hij bracht de manschappen het voordeel van een eigen cantine onder ogen. De cantine-baas, die gelijk de naam van “Ome Jan” kreeg opgeplakt, dankte daarna allen die hem hadden geholpen deze cantine in orde te brengen. Ome Jan hoopte dat de burgerij van Soest mogelijk zou kunnen zorgen voor een sjoelbak , speelkaarten en een luidspreker en nog wat zaken om het gezellig te maken. De kaptein wees nog eens op de ernst der tijden en op het plichtbesef van de soldaat. Spreker hoopte op een onderlinge goede kameraadschap en een blijvende goede geest. Het drietal Beetsma, soldaat Leewis en luitenant Verheijen gaven na het ronddelen van versnaperingen enige nummers ten beste op de piano en accordeon en zo zat de stemming er al goed in 
Lex Vis kan zich de mobilisatie ook nog goed herinneren. Hij woonde in de Torenstraat en zijn vader had een schoenenwinkel (Rapid). Zij kregen twee man ingekwartierd.’ Een was een boerenjongen die lustte alles de andere was een jongen uit Hilversum uit een gegoede familie.Hij kon het soldatenvoer niet door zijn keel krijgen en hij at met ons mee aan tafel. Wij als kinderen aten soms zijn portie uit de veldkeuken op. Op het plaatsje achter de Kerkebuurtschool werd gekookt. De twee militairen waren ingedeeld bij de cavalerie. De paarden stonden bij boerderij Kuier aan de Eemstraat. We gingen er wel eens kijken.’ 

Cabaret
In tijden van spanning en zorgen zoekt de burger en soldaat ook iets van vrolijkheid en vermaak om de balans in evenwicht te houden. Het cabaret draaide in de dagen van de mobilisatie op volle toeren. Een van de eerste mobllisatieliedjes werd gezongen door Kees Pruis: De avond valt, Hortensia. Het zil’vre maantje lacht. Ver weg klink een harmonica. En ik sta hier op wacht. Ik troost mij met een stille lach. ’t Is morgen Holliday. Want morgen is het donderdag. Dan eten we hachee! Een echte bekend gebleven mobilisatie kraker is ‘Wie heeft de suiker in de erwtensoep gedaan. De hele compagnie die heeft zijn eten laten staan.’ Nog zo’n kraker is het tijdens de mobilisatie in 1939 gezongen door Willy Walden en Piet Muyzelaar, maar ook door vele anderen. Nederlandse tekst op het Duitse soldatenlied ’Erika’van Herms Niel. Prikkeldraad. Hollandse soldaten zongen uit volle borst als zij op mars waren ‘Blonde Mientje heeft een hart van prikkeldraad.’ Maar we kennen de geschiedenis. Aan alle oefeningen,voorbereidingen,en ook de gein en pleziertjes kwam abrupt een einde.
In de vroege ochtend van 10 mei 1940 schrok Soest wakker. Veel vliegtuigen in de lucht en men hoorde schieten op Soesterberg.De radio berichtte dat er overal Duitse parachutisten waren geland. Later op de dag hoorde je waar overal werd gevochten. 

Bovenkarspel
De inwoners van Soest moesten evacueren en wel meteen. Het plan lag klaar. De eerste oorlogdag zijn al hele wijken uit Soest geevacueerd naar de kop van Noord Holland. Bovenkarspel. Nederland had verdedigingslinies gebouwd en als de vijand bij de Grebbelinie zou doorbreken en zou doorstoten naar de Eemlinie dan zou Soest in het vuurgebied komen. 
Nederland kon niet neutraal blijven. Na vijf dagen oorlog bombardeerde de Duitsers Rottendam en dreigde dit ook met Utrecht te doen. Om verder bloedvergieten te voorkomen gaf Nederland zich gewonnen. 


Heeft u aanvullende informatie bij dit artikel, gelieve contact met ons op te nemen.