RETO Internetburo

Waterpartij bij Braamhage (Beek en Daal)

Publicatiedatum: 01-05-1997

 Waterpartij bij Braamhage,

De waterpartij die we u op9 april hebben getoond, is inderdaad een stukje “verdwenen Soest”, maar niet zo verdwenen dat er niet nog mensen weet van hebben. Soest heeft verschillende van zulke “waterpartijen”gehad als is er nu niet zo veel meer van over.
De “partij”van een maand geleden heeft schuin achter wat nu Braamhage  is, het bejaardencentrum. Een van onze lezers meende er de waterpartij in te herkennen,die bij Mariënburg heeft gelegen, en dat is goed te begrijpen want die leek er sterk op en had ook net zo’n soort kettingbrug. Veel van deze vijvers zijn in de loop der jaren gedempt, zo blijkt. De meest zichtbare plek die er over is gebleven,is wellicht de vijver in het slangenbosje, achter het monument 1940-1945. De geschiedenis van Braamhage is, terugkijkend, vrij goed te volgen tot kort na Napoleon. De grond behoorden toen aan de molenaar van Soest, Willem Smits, en had nog geen nadere naamsaanduiding dan Lange Eind. Enige eigenaars later, in 1824, heette het Buiten plaats Beek en Daal, en gold het als een “Heeren Hjuizinge”. Een keurig bezit, maar niet zo keurig dat er in de loop van de komende honderd jaar niet nog een heleboel aan vertimmerd en verbouwd is. In 1830 is er ook al sprake van “waterpartijen en tuinen”. Als u nu bij het Slangenbosje gaat kijken, heeft de gemeente daar een mooi bord neergezet met een uitleg. U staat er aan de voer van een bijna 20 meter hoge stuwwal, waardoor er het hele jaar door helder, mineraalrijk kwelwater uit de grond komt dat het gebiedje zijn speciale karakter geeft,dan  met name aantrekkelijk is voor de ringslang, de hazelwurm maar ook voor padden en bijzondere vogels als de ijsvogel en voor vleermuizen. Braamhage is in de loop der jaren vele malen van eigenaar gewisseld. In 1912 kwam het in handen van ene Stork die er een herstelplaats voor geesteszieke patiënten van maakte. Villa en bijgebouwen werden aangepast en ook het park onderging een renovatie om het de bewoners zo aangenaam mogelijk te maken. Zo werden er voor de grote vijvers waterfietsen gekocht, waarmee men tochtjes kon maken, In een vroeger nummer van Van Zoys tot Soest, de periodiek van de Historische Vereniging is dit uitgebreid beschreven. Tien jaar later kwam er weer een wisseling van eigenaar. Het pand, dat inmiddels Rustoord heette, werd geheel gesloopt en kreeg de naam Braamhage. Het kwam in handen van de heer Maarten Iburg, een zakenman uit Rotterdam. Iburg zorgde goed voor het bezit en had o.m. verschillende tuinlieden in dienst. Hoofdtuinman was ene Jan van Dijk. En dat is waarschijnlijk de man die u op de foto in de boot op de achtergrond kon zien. Iburg was in de oorlogsperiode in Frankrijk en niet op Braamhage, dat deels onderduikadres was voor Joodse medeburgers, deels domicilie voor Duitse militairen. Misschien komen we daar nog een keer op terug.


Heeft u aanvullende informatie bij dit artikel, gelieve contact met ons op te nemen.