RETO Internetburo

Hendrik Hoonhorst doodgraver Veldweg Soest

Publicatiedatum: 28-11-2007

Vandaag in hervonden soest een foto van de heer H.A.Hoonhorst uit eigen archief.De foto is jaren terug gemaakt min of meer als opdracht van fotoclub Amersfoort op zoek naar karakterstieke koppen. We kwamen toen dit mooie hoofd tegen op de begraafplaats aan de Veldweg. 

We hebben de heer Hoonhorst goed gekend. Een zachte goeiige stille man. In 1924 woonde hij op de Molenstraat en hij verdiende zijn brood als melkslijter.In het adresboek van 1937 komen we hem ook nog tegen als melkslijter maar nu wonende op Kerkdwarsstraat 2. In het adresboek van 1940 staat hij als doodgraver te boek in dienst van de kerkvoogdij van de Hervormde kerk die de begraafplaats aan de Veldweg exploiteerde. 

Ruim twintig jaar heeft Hendrik Hoonhorst graven gedolven en graven geruimd, in zijn tijd alles met het handje. Samen met Gijsbert Hummel, die opzichter was, zorgde Hoonhorst voor al het werk en de rituelen op de dodenakker aan de Veldweg. Moest worden bijgezet dan werd de aula in orde gebracht en ging het werkpak uit en het zwarte begrafeniscostuum aan en met zwarte platte pet op liep hij als een gids voor de stoet uit naar de laatste rustplaats van de overledene. 

Door de eeuwen heen is begraven bijna altijd een taak van de kerken geweest. In en rond de Oude Kerk was de oudste begraafplaats van Soest. Tot de jaren dertig van de 19de eeuw werd er in de kerk begraven. Toen in 1827 begraven in de kerk werd verboden werd de zuidzijde van de kerk een begraafplaats ingericht, met daarbij ook ruimte voor algemene graven. Aan de zijde van de Torenstraat is later een lijkhuisje gebouwd dat er tot na de tweede wereldoorlog heeft gestaan.

‘De Hof van Lof‘
In verband met de sterke bevolkingsgroei aan het eind van de 19de eeuw werd de begraafplaats al snel te klein. Aan de zuidzijde van de Oude Kerk liggen heden in de kerktuin “De Hof van Lof”tegen de kerk aan nog altijd 33graven die zijn overgebleven van het oude kerkhof. 

Toen het oude kerkhof bij de kerk bijna vol was moest men omzien naar een andere plek. In 1905 verleende de gemeente Soest de kerkvoogdij van de Ned.Hervormde Kerk toestemming voor de aanleg van een nieuwe begraafplaats aan de Veldweg. De eerste dode werd daar in 1908 begraven. 
Doodgraver was in die jaren nog een bijbaan. De koster moest dit werk er maar bijnemen. 
In de archieven komen we nog een paar gegevens tegen. In de vergadering van 2 october 1919 staat dat de koster wegens ziekte geen dienst meer kan doen. J. Timmer heeft tot 1 october dienst gedaan als doodgraver. Na die tijd wordt voorgesteld, en besloten, dit werk op te dragen aan Jansen. Vier jaar later lezen we dat doodgraver Jansen per 1 juli 1923 zijn ontslag heeft aangevraagd. Hij laat de plantsoenen in deplorabele toestand achter. Om dit op orde te maken zal J.Timmer eerst in uurloon de plantsoenen in orde moeten brengen. Daarna kan de nieuwe doodgraver aan de slag.
De nieuwe man dient ook kennis hebben van het tuindersvak voor onderhoud en beplanting van de begraafplaats. In 1927 krijgt de doodgraver een ambtscostuum. Op basis van de stalen en prijsopgave is het costuum na twee maanden klaar. Kosten f 50,=.
Over de ruim honderd jaar oude geschiedenis van het kerkhof aan de Veldweg lezen we verder dat er bij de ingang in 1933 een aula is gebouwd met boven de ingang de spreuk ‘Momento Mori’,gedenk te sterven.

Zwervershoekje
In 1921 verleende de Kerkvoogdij toestemming aan B&W van Soest om op de begraafplaats 24 algemene graven uit te geven. Het hoekje waar deze graven lagen werd in de volksmond al snel Zwervershoekje genoemd, waarschijnlijk omdat hier alleen arme sloebers werden begraven die hun eigen begrafenis niet konden betalen. Vanaf 1923 had de gemeente Soest officieel geen algemene begraafplaats meer omdat de oude begraafplaats aan de Ossendamweg werd gesloten.

Eind 1970 maakte de gemeente plannen bekend voor het stichten van een eigen algemene begraafplaats bezijde de Wieksloot op een stuk land van het landgoed Pijnenburg.De kerkvoogdij van de Hervormde Kerk reageerde hierop naar de gemeente toe om de begraafplaats aan de Veldweg over te nemen en deze dan te gebruiken als Algemene Begraafplaats. In Soest waren kennelijk toen nog plannen om de gehele Eng vol te bouwen en van Soest een gemeente van zestig duizend inwoners te maken. Gezien de reactie op dit voorstel. “De direkteur gemeentewerken schreef terug dat het hem vooralsnog niet gewenst voorkomt dat de gemeente de Hervormde Begraafplaats overneemt en deze tot Algemene begraafplaats gaat bestemmen. De ligging van de begraafplaats in de onmiddelijke omgeving van bestaande en toekomstige bebouwing acht hij weinig ideaal en ik vind het dan ook bezwaarlijk dat de gebruiksduur van deze begraafplaats door overname van de gemeente voor onbepaalde tijd wordt verlengd.Ik zou liever pleitten voor het tegenovergestelde namelijk het sluiten van de begraafplaats aan de Veldweg zodra de nieuwe begraafplaats ter beschikking staat. Mijn voorkeur blijft dan ook uitgaan van het spoedig inrichten van een geheel nieuwe Algemene Begraafplaats in een daarvoor geschikt gebied als zodanig in het genoemde gedeelte van het landgoed Pijnenburg”. 

Getemperd
Zover is het niet gekomen. Uiteindelijk is in de jaren zeventig de snelle groei van de gemeente Soest getemperd, de verdere hoogbouw op de Eng gestopt, en de gemeente heeft de Ned. Hervormde Begraafplaats aan de Veldweg gekocht en per 1 januari 1975 omgezet in een Algemene Begraafplaats Soest. De heer Henk Hoonhorst genoot toen al een poos van zijn AOW. Hij is in 1973 overleden en is in de hem zo vertrouwde omgeving aan de Veldweg begraven. 


Heeft u aanvullende informatie bij dit artikel, gelieve contact met ons op te nemen.