RETO Internetburo

Eerste openbare school van Soest

Publicatiedatum: 22-08-2007

Vandaag een foto van de eerste klas van de openbare school in de Kerkebuurt. We hebben de foto van Janet van de Broek. Haar vader had indertijd een sigarenzaak aan de Kerkstraat. De foto is vermoedelijk in de jaren kort na de oorlog gemaakt. Janet weet weinig te vertellen over haar eerste schooljaren. Zij herinnert zich alleen juffrouw de Ruiter als een hele lieve juf. Alles was leuk, lief en aardig in de klas van juffrouw de Ruiter. Janet vindt het de leukste foto die in haar schooltijd is gemaakt. ‘Die moet je in de Soester zetten’ zei ze tegen mij.De foto is vermoedelijk gemaakt achter de school tegen de rand van de wat hellende Eng.Vraag is; wie zijn de kinderen op de foto? Janet weet er een paar te noemen , daarom gaan we maar te raden bij de lezers. Zeker is dat de jonge leerlingen van toen de opa’s en oma’s van nu zijn, met kleinkinderen die aanstaande maandag weer naar school gaan. 
De Kerkebuurt school bestaat niet meer. De school is in 1975 afgebroken om plaats te maken voor woningen. 

De openbare school in de Kerkebuurt was de oudste school van Soest. Zij heeft een lange geschiedenis.Het eerste schooltje, toen nog onder de naam volksonderwijs, heeft aan de Eemstraat gestaan. De schooltje werd te klein. Ook het toemalige gemeentebestuur vergaderde in een lokaal van het schooltje. Mede dank zij een edelmoedige gift van het toemalige Vorstenhuis kon in 1845 een nieuwe school worden gebouwd. In 1846 is de nieuwe Kerkebuurtschool aan de Middelwijkstraat feestelijk in gebruik genomen. Gemeente Bestuur, architect, de Heer School Opziener, onderwijzers, en vele Soester inwoners waren aanwezig. En alle leerlingen waaronder het jongste schoolgaande kind, de vijfjarige Pieter Hendrik van Brummelen, die bij het begin van de bouw de eerste steen heeft mogen inmetselen. 
De openbare school telde tot 1869 , meer dan 200 leerlingen. 

Maar op een dag bleven alle meisjes uit de Rooms-Catholieke huisgezinnen weg. Ze gingen oven naar het Sint Josefs Gesticht, tegenover de Rooms-Catholieke Kerk, hierin was door de kerk ook een Bijzondere School voor Lager-Onderwijs aan meisjes was ingericht.
Tot even voor de eeuwwisseling bleef verder de openbare school de enige officiele school in Soest. Rond die tijd kwamen de rooms katholieke en protestants christelijke met eigen scholen. In 1904 raakte de Kerkebuurtschool van de 200 leerlingen de helft van de leerlingen kwijt aan de nieuwe christelijke school aan de school met de bijbel aan de Holleweg (Prins Bernhardlaan). 
Soest breidde zich uit en ook het aantal leerlingen van de Kerkebuurtschool vulde zich geleidelijk weer aan.
Na de bevrijding verschenen in juni 1945 weer advertenties in de Soester Courant ‘inschrijving van leerlingen voor de openbare scholen te Soest. Voor de school in de Kerkebuurt moest ouders zich melden bij het hoofd A.van Ieperen. Den ouders worden verzocht bij de inschrijving het trouwboekje ter inzage te verstreken.Om tot de gewone lagere scholen (a en b ) te worden toegelaten, moeten de kinderen vóór 1 October a.s. den leeftijd van 6 jaren bereiken of bereikt hebben’. 

De grote vakantie is om, aanstaande maandag vangt het nieuwe schooljaar aan. Meesters en juffrouwen zullen de kinderen weer met nieuwe elan ontvangen. Ouders en kinderen moeten wel want voor onderwijs geldt een leerplichtwet, die streng wordt toegepast. Een boete als kinderen van school verzuimen.

De geschiedenis van de Leerplichtwet in het kort.
De eerste Leerplichtwet in Nederland werd aangenomen in 1900 en werd effectief op1 januari 1901 Deze wet verplichtte kinderen van 6 tot 12 jaar tot het volgen van onderwijs. De leerplicht startte dus bij de aanvang van het schooljaarnadat de kinderen ten volle 6 jaar geworden zijn. Voor sommige kinderen werden uitzonderingen gemaakt, zoals voor boerenkinderen tijdens de oogsttijd. Dochters mochten ook thuis blijven om het gezin te verzorgen.
De leerplichtwet van 1900 werd met 50-49 stemmen aangenomen, doordat een tegenstander (Francis David Schimmelpenninck van zijn paard was gevallen en daardoor niet kon stemmen. Het paard is verstandiger dan zijn meester zeiden voorstanders van de Leerplichtwet. Vooral onder de christelijke partijen was verzet, omdat ze het bestaansrecht van christelijke scholen bij wet geregeld wilden hebben. Dit gebeurde pas in 1917 (het beroemde Artikel 23 van de Grondwet). De socialisten waren ook tegen de wet, maar dan omdat zij de wet niet ver genoeg vonden gaan. De Leerplichtwet 1900 kende als speciale vorm van onderwijs ook nog het huisonderwijs (zoals dat in adellijke families toen nog voorkwam) als geldige vorm van onderwijs, mits door een bevoegde onderwijzer gegeven. Had dat huisonderwijs er niet in gestaan, dan zouden diverse Kamerleden tegen hebben gestemd... Een compromis dus.
In 1969 werd een nieuwe Leerplichtwet ingevoerd, de leerplichtperiode verlengd naar 9 jaar. Verder werd bij wet een toezichtshouder aangesteld (de zogenaamde leerplichtambtenaar), die op naleving van de Leerplichtwet moest toezien, ter vervanging van de vroeger bestaande commissies tot wering van schoolverzuim.
In 1975 werd de leerplichtperiode nog eens verlengd, naar 10 jaar en werd toegevoegd dat een kind na 10 jaar nog partieel leerplichtig (2 dagen per week) is tot en met schooljaar waarin het kind 17 is geworden. Ook werd bepaald dat meerderjarigheid niet langer een criterium is om aan de leerplicht te ontkomen. Dit laatste werd toegevoegd omdat steeds meer allochtone meisjes voor hun 16e trouwden en zo voor de wet meerderjarig werden en niet langer leerplichtig waren. De partiele leerplicht werd veelal vervuld (als men niet naar een dagschool bleef gaan) op een vormingscentrum, waar veel maatschappijleer e.d. werd gegeven om de jongeren weerbaarder te maken. Velen ontdoken echter deze partiele leerplicht en werkgevers wilden geen jongeren van 16 aannemen omdat ze die 2 dagen in de week verlof moesten geven (en 17-jarigen 1 dag).
Per september 1985 werd de Wet op het basisonderwijs ingevoerd. Daarbij wordt de kleuterschool voor kinderen van 4 en 5 jaar samengevoegd met de lagere school tot de basisschool. Tegelijkertijd wordt het begin van de leerplicht vervroegd. Tot dan toe moesten de kinderen naar school aan het begin van het schooljaar als ze 6 jaar waren, of voor 1 oktober (de peildatum) 6 jaar zouden worden. Van die tijd af moesten kinderen naar school vanaf de eerste schooldag van de maand na de maand waarin ze 5 jaar worden.

Huidige regeling
Tijdens Prinsjesdag presenteerde het kabinet Balkenende III de miljoenennota voor 2007. Daar in werd aangegeven de leerplicht per 1 augustus 2007 te verhogen (17 naar 18 jaar) voor jongeren die nog onvoldoende gekwalificeerd zijn voor de arbeidsmarkt. Men wil voorkomen dat jongeren te snel gewend raken aan een sociale uitkering.

Nagekomen commentaar: De namen kregen we door van Pieneke Heupers met Suss. Namens haar broer Herman Heupers,
die wist nog wat namen, maar niet alle, vooral de meisjes niet.Hartelijke groeten van Pieneke.


Heeft u aanvullende informatie bij dit artikel, gelieve contact met ons op te nemen.