Soester Courant

Bewoners van Kerkstraat 15 Soest

Publicatiedatum: 27-06-2007

Vandaag een foto in Hervonden Soest waarvan we de villa wel herkennen maar de mensen die er op staan niet. De villa was ooit de pastorie van de Oude Kerk, in de adresboeken vermeldt als Kerkstraat 15.We hebben de foto uit de serie foto’s die we kregen van de familie Swager en we vermoeden dat Nan Swager omstreeks 1893 de villa drastisch heeft verbouwd in de stijl zoals het er nu staat. 

Voor de grote verbouwing had de villa een puntdak was de toegang en het aanzicht van de pastorie vanaf de Peter van de Bremerweg. Na de verbouwing is de ingang met de voordeur naar de Kerkstraatzijde verplaatst. In 1893 kon de nieuw benoemde dominee Daniel Pieter Brans de pastorie in gebruik nemen. 
Het echtpaar Brans werd gezegend met maar één nakomeling, een zoon die zij Pieter noemde. 
Een wat verwend jongetje in zo’n grote pastorie. Van de tantes van Brummelen de bakker die op Kerkstraat 13 woonde hoorde ik nog wel eens verhalen dat Pieter een toverlantaarn had gekregen en op donkere namiddagen in de herfst in de pastorie een voorstelling gaf voor de kinderen van Brummelen die tot de Oude Kerk van vader behoorde.Het dominees zoontje Pieter Brans was later in Soest algemeen bekend van het postkantoor als postbeambte. 
Dominee Daniel Pieter Brans heeft 33 jaar de hervormde gemeente soest gediend. De jonge dominee kwam als kandidaat in 1893 en bleef tot 1926. Hij aanvaardde toen een beroep naar Oosterhout in Brabant.Was dominee na zoveel jaren op de gemeente uitgekeken of verlangde de gemeente wel eens naar een andere preek? We weten het niet zeker. Wellicht heeft ook de pastorie hier iets mee te maken. In 1924 besloot de Kerkvoogdij een nieuwe pastorie te bouwen op hoek Kerkstraat /Torenstraat. Dominee Brans moest de riante pastorie op Kerkstraat 15 verlaten voor een nieuw maar duidelijk kleiner onderkomen. Brans heeft precies twee jaar in de nieuw gebouwde pastorie gewoond.
Op zondag 12 september 1926 hielt dominee Daniel Pieter Brans zijn afscheidspreek, een volle kerk en onder zijn gehoor ook H.M.Koningin moeder, zo vermeldt de Soester Courant van die dagen. Zijn zoon Pieter Brans was inmiddels gehuwd en is tot aan zijn dood in Soest blijven wonen.

Van der Leck
De oude pastorie Kerkstraat 15 werd 1924 gekocht door architect Willem van der Leck. Van hem vinden we een korte biografie op internet in de Wikipedia. Willem van der Leck , geboren in Utrecht 12 januari 1988 en overleden in Soest 4 januari 1963. Van der Leck was de zoon van Bart Antonij van der Leck, huisschilder, en Hendrika Gathier. Hij groeide op in een eenvoudige arbeidersmilieu samen met twee broers, waarvan de kunstschilder en vormgever Bart van der Leck er één van was, en een zuster.Het architectenbureau van K.P.C. de Bazel was een van zijn eerste werkgevers. Van der Leck heeft daar kennelijk veel geleerd. Later is hij meer zelfstandig gaan werken en heeft in deze periode voor verschillende Twentse textielfabrikanten villa’s en landhuizen ontworpen. Ook in zijn woonplaats Amersfoort en later in Soest heeft hij eveneens verschillende huizen ontworpen. Van der Leck verhuisde later naar de Aagje Dekenlaan.Na de oorlog heeft Willem van der Leck bijgedrage aan ontwerpen van wederopbouwboerderijen. Naar zijn beroep als architect ontwierp hij muziekinstrumenten.

De Geer
Kort voor de oorlog kwam Jonkheer Minister D.J.de Geer in de villa aan de Kerkstraat te wonen. Vermoedelijk huurde de villa van Van der Leck. Henk van Osch, toen nog geschreven met ch, we kennen hem van het TV-programma “Beeldenstorm”, schreef een eerste biografie van de Geer. De teloorgang van een minister-president.
Jonkheer Dirk Jan de Geer (1870-1960) wordt na de oorlog en ook nu nog herinnert als de man die door de knieen ging voor de Duitsers, als een man die zich aan niets minder dan landverraad schuldig had gemaakt. Men vergeet daarbij wat de Geer ook was: een gezichtsbepalende politici uit de eerste helft van de vorige eeuw. Hij was onbetwist leider van de Christelijk Historische Unie, viermaal minister en tweemaal minister-president. Zijn deskundigheid op juridisch en financieel terrein was onomstreden, en ook was hij een goede wetgever. De biografie van Van Os doet De Geer in al deze hoedanigheden recht. Het is het indringende portret van een man die als een sfinx werd omschreven: afstandelijk ,ondoorgrondelijk en onvoorspelbaar, een man die rotsvast op zijn God vertrouwde maar toch zo weerloos was als hij werd beproefd.En beproefd werd hij. 
De Geer, in 1940 minister-president, wilde vooral dat Nederland, net als in de eerste wereld oorlog, de neutraliteit zou behouden ten koste van veel. Op 10 mei 1940 stortte De Geers wereldbeeld volledig in. Een overval van de Duitsers had hij in zijn voorstellingen voortdurend buitengesloten. Hij voelde zich lamgeslagen, en in die psychische toestand kon hij zijn rol als regeringsleider niet aan. Hij gedroeg zich nerveus, betoonde zich besluiteloos en onthield zich in die spannende dagen van enig optreden in het openbaar.In grote verwarring viel 14 mei de beslissing dat de ministers naar Londen zouden uitwijken. Ook de andere ministers waren uit het lood geslagen, maar van de mininster-president had men in die noodlottige dagen meer wilskracht mogen verwachten.

Ontslag
Via de BBC maande de Geer het Nederlandse volk tot kalmte en ordelijk gedrag en riep de administratieve diensten op tot samenwerking met de Duitse autoriteiten,zonder zijn collega’s erin te kennen. Toen hij later ook nog begon te pleiten voor onderhandelingen met de Duitsers desnoods buiten Engeland om, was de maat vol. Hij verloor definitief het vertrouwen van de Koningin.Zij dwong De Geer eind augustus 1940 tot ontslag, ook als minister van Financien, welk ambt hij ook bekleedde, maar zij wenste hem niet te handhaven. De Geers collega ministers wisten nog gedaan te krijgen, voor het gezicht naar buiten, dat een en ander verband zou houden met de gezondheid van de Geer. Ook bezorgde zij hem een regeringsopdracht die hem naar Indië zou brengen, waar hij dan de familieleden zou kunnen bezoeken.Eenmaal in Lissabon aangekomen,besloot hij vandaar naar Nederland terug te keren, en benaderde hij daartoe de Duitse autoriteiten, om via Berlijn het bezette gebied te kunnen bereiken. De ministers in Engeland hadden dit juist willen voorkomen. P.S.Gerbrandy, de nieuwe Nederlandse premier, beschuldigde hem daarop over de radio van desertie. Na de oorlog in 1947 werd De Geer veroordeeld tot een voorwaarlijke gevangenisstraf van een met een proeftijd van drie jaar. Hij mocht Soest drie jaar zonder voorkennis van de procureur-fiscaal niet verlaten. In 1950 werd hem bij K.B. de hem uitgereikte ridderorden ,die van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje Nassau ontnomen. Door dit alles was zijn eergevoel ernstig geknakt. In grote verbittering en door zijn omgeving genegeerd, al bleven zijn naasten hem trouw, sleet hij zijn lange levensavond, al schrijvend op zoek naar rechtvaardiging. De twintig jaren die Jonkheer D.J.de Geer in Soest woonde moeten wel de ongelukkigste jaren van zijn leven zijn geweest. 

Nagekomen commentaar: Kees van Oostenbrugge vertelde ons dat de twee dienstbodes op de foto de gezusters Vonk zijn.
links Johanna Vonk en rechts Gerarda Hendrika Vonk. Zij woonde in een huisje op de hoek Olijkeweg/Kerkdwarsstraat. Het zijn de oma van Kees en een oud tante.Zij waren bij dominee Brans in dienst..De heer D.Kreuzen berichtte ons dat de kerkvoogdij niet besloot een nieuwe pastorie te laten bouwen maar een bestaand pand aankocht om dat te laten verbouwen tot pastorie


Heeft u aanvullende informatie bij dit artikel, gelieve contact met ons op te nemen.