Soester Courant

Middenstand Soest de jaren vijftig

Publicatiedatum: 28-12-2006

Vandaag in Hervonden Soest een foto uit de jaren vijftig vermoedelijk uit 1948. De oorlog is voorbij , Nederland in herstel en alles is nu van de bon en vrij te verkrijgen. De Soester Middenstand had het er maar druk mee.Slagers ,melkboeren, kruideniers, groetenmannen en bakkers bevolkte het straatbeeld van Soest met paard en wagen en transsportfietsen met mand voorop of zoals op de foto in de sneeuw met de handkar op weg naar Koning Klant.Alles werd nog aan huis bezorg in weer en wind. 

De kruidenier kwam twee keer per week bij de klant, eerst horen wat er nodig was en daarna bezorgen. Hij woog erwten en suiker nog per pond af en verpakte die in bruine zakjes. Een paar ons zout ging in een puntzakje. De melkboer schepte voor de deur de melk per liter in de pannetjes van moeder die de melk gelijk kookte want dan bleef de melk langer goed. Er was nog geen koelkast en ook de vrieskast was nog niet bekend.

Vooral de decembermaand gaf veel extra drukte waar meestal ook de kinderen van de Middenstand werden ingezet. Op de foto Lenie Smit in de sneeuw, zij hielp haar vader met venten, die bakker was bij Dirk Strietman aan de Ossendamweg. De klanten woonden zeer verspreid. De katholieke bakkers hadden doorgaans veel katholieke klanten hadden en gereformeerde bakkers zaten met gereformeerde klanten. Zelfs jonge kinderen wisten precies waar de klanten van vader woonden. 

Het nabrengen van boodschappen was een klusje voor de kinderen, Ik herinner mij nog de heer Knipscheer op de van Lenneplaan, hij wenste het brood voor half één in de middag. Hij stond al met het horloge in de hand als ik eraan kwam. Wilde hij een half brood dan moest dat worden doorgesneden. Knipscheer was erg secuur, hij had altijd een centimeter bijdehand, een brood is 32 centimeter lang en hij nam de maat en bij 16 cm maakte hij een krasje en dan het mes erin.De klant was tot in de treure verwend. Bekent is het slagerszoontje op Soestdijk die een half onsje rookvlees moest brengen bij een klant in Soestduinen. Tijmen de Zoete groentenman op Soestdijk weet er ook alles over te vertellen. Hij moest schoolblijven maar piepte hem stiekum naar huis, want vader de Zoete had hem tussen de middag hard nodig en anders zwaaide er wat. 

De Zoete, 82 jaar, weet nog de tijd voor de oorlog. We hadden klanten op de Nieuweweg Eigendomweg,de Wieksloot en bijna aan het eind van de dag hadden we voor f 9,75 zegge en schrijve negen gulden en vijfenzeventig cent verkocht. We komen bij mevrouw Bos aan de Bosstraat en die moest een zak aardappels hebben voor drie cent de kilo. Ik weet nog we dachten-een gulden vijftig-dan halen we een omzet van meer dan tien gulden. Maar mevrouw Bos zei, kun je het opschrijven. Een groentenzaak drijven is handel, er zijn geen vaste prijzen. Hier en daar rekende Dorus wat ruimer af en aan het einde van de wijk gingen ze bij het tentje van Brummer aan de Nieuweweg langs en namen twee bekers chocolademelk. Soms stond er buiten een emmer klaar met briefje voor andijvie, Dorus stopte er gerust spinazie in, die moest hij kwijt. De volgende dag kreeg hij op zijn kop, maar Dorus had zijn woordje wel klaar. ‘Mevrouw er zat wat luis in de andijvie en die wou ik u niet geven, en de klant was me nog dankbaar ook’. Wij konden van alles verkopen. Ik heb nog drie kilo peren, wat kosten ze, ja dat komt wel. Er werd veel opgeschreven en als de kinderbijslag binnenkwam werd er weer wat extra van de rekening ingehaald.

Tijmen kwam bij een klant die pannenkoeken zou gaan bakken, het beslag stond naast het fornuis op de grond. Een schurferig hondje likte gretig van het beslag. De vrouw boos toen ze het zag, jij rot hond. Ze bestelt van alles, zegt Tijmen, en ik ga het halen. Er staan nog wat klanten bij de kar en ik kom even later weer in de keuken zegt die vrouw daar staan een paar pannenkoeken voor je. Dorus werkte ze zonder veel nadenken naar binnen.

De Zoete weet zich de tijd net na de oorlog goed te herinneren. In de decembermaand bij sneeuw en ijzel schroefden ze de paarden stiften onder de hoeven. Als het vroor moest de groenten en fruit met kleden worden afgedekt en vroor het heel hard dan ging je ook de groentenboer eerst bij de klant horen en daarna bezorgen.De Zoete had ook wat grote klanten. De Rozenkruisers in Maartensdijk en de Ernst Sillemhoeve en Prins Hendriksoord. Zijn vrouw schilde in de week voor kerst duizend kilo aardappelen. Een emmer geschilde piepers voor 60 cent. Met de kerstdagen zat ze met opgezette dikke knuisten onder de kersboom. Ze knepen je wel uit. Op een gegeven moment moesten we de schillen ook nog inleveren want ze dachten dat je daar weer aan verdiende. In die jaren was een van die grote klanten negen maanden achter met betalen. Mijn vader Dorus de Zoete zei er wat van, maar er werd gezegd vertrouwen jullie ons niet en we kregen gedaan en waren leverancier af. Het geld is later wel beetje bij beetje binnengekomen.

Tijmen de Zoete zat vroeger graag langs de weg.Hij vindt er tegenwoordig niets meer aan. Vooral jongeren, als je jongeren een appel geeft en er zit in steetje aan dan moeten ze hem niet. Hij heeft nog 25 a 30 klantjes die hij van groente en fruit voorziet, allemaal oudere mensen. Tijmen en zijn vrouw zorgen ook nog voor mensen in Polen en Roemenie.

Soest telde net na de oorlog 25000 inwoners. In de maand december van toen waren 42 groentenboeren, 30 bakkers en 30 slagers en 50 kruideniers een 40 melkboeren en nog een leger andere kleine winkeliers druk in de weer hun klanten aangename feestdagen te bezorgen. 
Van Verdwenen en Hervonden Soest wensen wij u een goed en warm en gezond 2007 toe.


Heeft u aanvullende informatie bij dit artikel, gelieve contact met ons op te nemen.