RETO Internetburo

Grot en doolhof op De Paltz

Publicatiedatum: 15-07-1992

Grot en doolhof op De Paltz
Het is al weer twee maanden geleden dat we een foto lieten afdrukken van een wat ongeorganiseerd brok metselkunst, een “stenig geval”. We schreven erbij dat het nog niet helemaal verdwenen Soest was, maar dat dat niet veel meer scheelde. Het maakte deel uit “van een groter geheel”, maar “dat zult u niet meer  vinden”. Een soort raadsel dus.
Nu, we hebben veel reacties gehad, er waren heel wat lezers die wisten wat de foto voorstelde. Vaak kregen we ook informatie, die ons nog helemaal onbekend was. Dat het toch twee maanden heeft geduurd voor we u hiervan op de hoogte stellen heeft te maken met de hoeveelheid informatie en ook een beetje met het feit dat niet alle informatie eenduidig was.
Het bouwsel dat u zag afgebeeld was een grot, en die grot heeft het middelpunt gevormd van een doolhof, en die doolhof is al meer dan honderd jaar geleden opgezet op het landgoed De Patz ten noorden van de huidige vliegbasis Soesterberg. In ieder geval is het zo’n tijd geleden dat het geheugen ons allen parten kan spelen. We brengen u het verhaal zoals we denken dat het de feiten zo goede mogelijk weergeeft, maar het is mogelijk dat er details wat anders zijn geweest.
Wat u zag was dus het overblijfsel van een gemetselde “grot”, middelpunt een doolhof die omstreeks 1883 op het landgoed De Paltz was aangelegd. De eigenaar van het landgoed, jonkheer Rutgers van Rozenburg, liet dit doen om zijn gasten te amuseren en ook omdat hij dacht dat zijn (vier) dochters het leuk zouden vonden.
Het aanleggen van een doolhof was in die tijd niet ongewoon , al was zo’n doolhof niet iets wat je zomaar deed.
De hagen – meestal waren dat haagbeuken, zoals hier, maar het konden ook coniferen zijn – hadden ettelijke jaren nodig om de vereiste mate van dichtheid en hoogte te krijgen, en ze moesten al die jaren – hun hele leven, in feite – zorgvuldig worden onderhouden. Onderschat u dat niet, want een beetje doolhof  had al gauw zo’n kleine kilometer haag om te snoeien. En de paden geschoffeld!.
Nu was een doolhof wel aardig, maar doordat er wel meer buitens zo’n bijzonderheid hadden was het niet zo bijzonder meer. Je moest als eigenaar van zo’n brok amusement nog wel wat extra’s doen. Welnu, Rutgers van Rozenburg liet in het midden van zijn doolhof een grot bouwen. Daarmee was de kous nog niet af, want in die grot zette hij ook nog een monnik. Een stenen monnik, welteverstaan, en ook dat is niet vanzelfsprekend want met name in Engeland ( waar de doolhoven en grotten wat meer voorkwamen dan in Nederland) werden wel heuse mannen gehuurd om in zo’n grot als monnik te figureren. Soms met een contract van jaren – en al die tijd mochten ze zich niet scheren, en waarschijnlijk niet wassen ook.
In de grot op De Paltz zat dus een gemetselde monnik, met een kruis om zijn nek en een boek op zijn schoot. Wie nu de Paltz opgaat ( waar u moet zijn vertellen we u zo dadelijk) vindt in de grot nog wel de Monnik ( hij is ook wel Mozes genoemd, maar dat kan niet kloppen want die droeg geen kruis en was geen christen) met kruis, maar zonder hoofd en zonder boek. Dat hoofd moet er al in de jaren dertig van af zijn geraakt, het boek pas veel later.
Dat boek is een verhaal apart. Het luidt dat de monnik altijd een bladzij omsloeg als hij de kerkklokken van Soest hoorde luiden – voor een stenen monnik natuurlijk geen gewone prestatie. Het boek is, net als de monnik zelf, op heel goedkope manier gebeeldhouwd: uit gebruikte bakstenen met veel goedkope cement en het draagt een inscriptie die latijns aandoet, maar dat niet is: Sic traject gloria et monde”. De gangbare tekst is”Sic transit gloria mundi
“oftewel: zo vergaat de glorie van de wereld. Hoe weten we nu wat er op dat boek staat als het boek er niet meer is kunt u vragen. Goede vraag, maar het boek is er nog wel, alleen is het niet meer op de schoot van de monnik: het ligt ergens anders in Soest. We hebben het gezien. Maar het hoofd hebben ook wij niet meer kunnen achterhalen.
Met die monnik in de grot was het verhaal nog niet afgelopen want als echte verrassing voor de bezoekers was er boven de ingang van de grot nog een goot aangebracht waar water naar toe kon worden geleid. Dat water kon dan een heel watergordijn vormen waardoor de mensen binnen de grot “gevangen”raakten. Het water kon, zo hebben we begrepen ook buitenom worden geleid waar het waterval over de grot vormde. Op de grot moet bovendien  nog een windharp hebben gestaan die als het waaide een droevig soort muziek ten gehore bracht. Allemaal voor het vermaak van de bewoners van De Paltz en hun gasten.
Er zijn in Nederland ( maar ook elders en zeker in Engeland) heel wat bouwwerken tot stand gebracht met geen ander doel dan de mensen te amuseren, soms gewoon grillen van mensen met veel geld. Er is tegenwoordig zelfs een vereniging die dit soort constructies bestudeert. Naar hun ervaring is de grot ( en de doolhof) op de Paltz op zich niet heel erg bijzonder – er zijn er in Nederland nog meer dan 25 . Maar door die monnik is de Paltz-grot nu juist weer wel bijzonder, om die reden zou de grot ook behouden moeten blijven.
En dat is nu juist heel onwaarschijnlijk. De bomen van het doolhof zijn enkele jaren geleden grotendeels gekapt, al is nog wel te zien waar ze hebben gestaan. Door gebrek aan onderhoud waren ze helemaal uitgegroeid en ongeschikt als hagen van een doolhof. De grot zelf is nog wel als zodanig herkenbaar maar het dak is ingestort en de waterinstallatie onbruikbaar. In de zuidoosthoek van de doolhof is een waterplas gekomen, enkele jaren geleden gegraven ten behoeve van het jachtwild. Dat er meer vijvers zijn geweest en meer beelden, zoals sommige lezers ons hebben verteld, hebben we niet bevestigd kunnen krijgen. Er zijn geen leden meet van de familie Rutgers van Rozenburg die ons verder kunnen helpen en trouwens, het landgoed is in 1922 overgegaan in handen van de groothouthandelaar Van der Krol.
De grond waar de restanten van grot en doolhof staan is voor het publiek toegankelijk ( anders dan de andere delen van De Paltz die aan anderen zijn verkocht) maar met de auto kunt u er niet komen. Het oude “grote huis”De Paltz ligt aan de weg die van de Van Weerden Poelmanlaan loopt naar de Paltzerweg (noordrand van de vliegbasis, rijkelijk voorzien van drempels en gesloten voor verkeer. Als u het huis links bent gepasseerd kunt u rechts voorbij het solide hek, een weggetje in. Buig wat naar links, en u vindt midden tussen de brandnetels, dat wat er nog over is van de vergane glorie.
 


Heeft u aanvullende informatie bij dit artikel, gelieve contact met ons op te nemen.